Ook voor spoorweglawaai worden de hoofdcriteria op dezelfde wijze toegepast als in hoofdstuk 3 van deze notitie is toegelicht; een uitzondering vormt de passage waarin de situatie wordt besproken dat er een duidelijke relatie is tussen een weg en de ontheffingswoningen (stedenbouwkundige overwegingen). In tegenstelling tot wegverkeerslawaai kan bij spoorweglawaai namelijk niet gesproken worden van een duidelijke relatie tussen de spoorweg en de ontheffingswoningen (m.u.v. stationssituaties). Dit betekent dat er op grond van dit argument geen sprake is van een uitzonderingssituatie en dat de afgifte van een ontheffing spoorweglawaai met gebruik van dit argument onmogelijk is.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1