Er moet een onderscheid gemaakt worden in enerzijds bestaande industrieterreinen en anderzijds nieuw aan te leggen terreinen. Voor beide situaties geldt dat sprake kan zijn van aanwezige woningen dan wel in aanbouw zijnde woningen of van nieuw te bouwen, nog niet in aanbouw zijnde woningen.
Zowel bij bestaande als bij nieuwe industrieterreinen zijn de in hoofdstuk 3 toegelichte hoofdcriteria van toepassing. In de praktijk hebben de verkeers- en vervoerskundige overwegingen geen betekenis in dit verband.
6.1.1 Nieuwe industrieterreinen
Bij een nieuw terrein is het uitgangspunt dat de voorkeursgrenswaarde op het gevoelig object niet overschreden mag worden. Dit betekent dat met name voor nieuwe woningen, maar ook voor bestaande woningen, in het kader van de aanleg van een nieuw industrieterrein vrijwel nooit een hogere waarde zal worden vastgesteld. bij de inrichting van een nieuw aan te leggen terrein zijn er immers nog volop mogelijkheden aanwezig om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen.
6.1.2 Bestaande industrieterreinen
Voor bestaande industrieterreinen zal door middel van een akoestisch onderzoek moeten worden aangetoond dat er bij een bepaald bedrijf/ bepaalde bedrijven geen maatregelen meer mogelijk zijn om de geluidbelasting op de betreffende te projecteren 11 Zie bijlage II: definities woning(en) terug te brengen tot 50 dB(A).
De ligging van een bestaand industrieterrein, al dan niet in combinatie met de.
geplande ligging van nieuwe (nog te projecteren) woningen, is van belang voor de mogelijkheid van ontheffingverlening. In uitleggebieden, al dan niet aan de rand van de bebouwde kom, is geen ontheffing mogelijk. Het gaat hier immers om de planning van nieuwe woningen in een nieuw te ontwikkelen gebied, waar nog alle mogelijkheden om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde aanwezig zijn. Dit leidt, in combinatie met het zoveel mogelijk weren van woningbouw en/of woningbouwconcentraties binnen de geluidzones van industrieterreinen, ertoe dat het college slechts in zeer uitzonderlijke gevallen het vaststellen van hogere waarden voor woningbouw zal overwegen.
Wanneer voor het gebied binnen de bebouwde kom (niet-uitleggebied) het akoestisch aspect op een juiste manier en duidelijk vanaf het begin van de planontwikkeling in de stedenbouwkundige uitgangspunten wordt geïntegreerd, dan moet worden beoordeeld of tot ontheffing kan worden overgegaan. Dit geldt in het bijzonder wanneer het gaat om inbreidingen die niet leiden tot een situatie waarin de nieuwe woningen dichter bij het industrieterrein worden gesitueerd dan de bestaande woningen.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.1