Het aantonen dat aan de hoofdcriteria wordt voldaan, is op zich niet voldoende om ontheffing te verlenen. Er zal tevens aangetoond moeten worden dat er sprake is van een van de in de
hiernavolgende omschreven situaties (de subcriteria). Deze subcriteria waren voorheen omschreven in het ‘Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen’. Deze subcriteria worden hierbij door het college van burgemeester en wethouders aangewezen als een aanvullende toetsingsgrond voor de te verlenen ontheffingen, naast de algemeen geldende wettelijk voorgeschreven hoofdcriteria.
Voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen worden twee subcriteria onderscheiden, waarbij er bij nieuwe, nog niet in aanbouw zijnde woningen nog twee mogelijkheden meer zijn.
De twee situaties die zowel bij nieuwe als bij bestaande woningen onderscheiden worden, zijn:
de woningen zijn ter plaatse noodzakelijk om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid,
de ligging van de geluidbronnen op het betrokken industrieterrein is zodanig dat de geluidbelasting, vanwege dit industrieterrein en vanwege andere geluidbronnen, van ten minste één uitwendige scheidingsconstructie (gevel) van elk van de woningen lager is dan of gelijk aan 50 dB(A).
De twee situaties die bovendien nog bij nieuw te bouwen, nog niet in aanbouw zijnde woningen onderscheiden worden, zijn:
de woningen vullen door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing op,
de woningen worden ter plaatse gesitueerd als vervanging van bestaande bebouwing.
Voor een toelichting op deze subcriteria zie hoofdstuk 4.2
Van plan tot ontheffing
Bij ingrepen aan een (spoor)-weg, of industrieterrein die tot een grotere geluidbelasting op geluidgevoelige objecten kunnen leiden, of bij planontwikkeling binnen de zone van genoemde geluidbronnen, dient onderzoek naar de akoestische consequenties te worden uitgevoerd.
Indien aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan (nieuwbouw), of verslechtering van de akoestische situaties beperkt blijft, dan staat de Wgh realisering van het plan in principe niet in de weg. Bij niet voldoen aan de voorkeursgrenswaarde, of bij een te grote geluidtoename boven de voorkeursgrenswaarde, dient nader onderzoek te worden verricht naar mogelijkheden om de geluidbelasting op geluidgevoelige bestemmingen omlaag te brengen.
Bij het zoeken naar mogelijkheden om toch te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde, of om de geluidsituatie te verbeteren, worden de volgende mogelijkheden, in aflopende prioriteit, maar eventueel in samenhang, onderzocht: maatregelen bij de geluidbron, in de overdracht van geluidbron naar ontvanger en ten slotte maatregelen bij de ontvanger. De resultaten worden kwantitatief uitgedrukt; enkel een kwalitatieve beschouwing volstaat niet.
Om ontheven te worden van de verplichting om de mogelijke geluidbeperkende voorzieningen geheel of gedeeltelijk te treffen, of, indien die niet, of niet in voldoende mate, beschikbaar zijn om het plan toch te ‘redden’, dan kan een beroep worden gedaan op een vijftal ontheffingsgronden: de wettelijke ontheffingscriteria (hoofdcriteria). Als aannemelijk gemaakt kan worden dat terecht wordt afgezien van het toepassen van de mogelijke geluidbeperkende maatregelen op grond van ten minste één hoofdcriterium en de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, dan is de eerste stap gezet naar een geluidontheffing.
Vervolgens moet, in geval van bouw van geluidgevoelige bestemmingen, aannemelijk worden gemaakt dat deze objecten op de betreffende locatie gewenst zijn. Hiervoor moet worden aangetoond dat aan ten minste één van de vastgestelde subcriteria (gemeentelijk beleid) wordt voldaan.
Kan ook deze vervolgstap worden gezet, dan kan in principe, afhankelijk van de gevelbelasting, eventueel indelingseisen en geluidluwe gevel, ontheffing worden verleend.
Voorbeeld:
Een nieuw te bouwen woning zal op voorzien locatie een te hoge gevelbelasting (50 dB) ondervinden van een weg. Door een geluidscherm van een bepaalde lengte en hoogte te plaatsen tussen weg en woning kan aan de voorkeursgrenswaarde worden voldaan. Van het plaatsen van het scherm wordt echter afgezien, omdat het stuit op
o.a. landschappelijke bezwaren. Daarmee wordt voldaan aan de hoofdcriteria.
Daarnaast wordt aangetoond dat het gaat het om een bedrijfswoning die een directe relatie heeft met het op hetzelfde perceel gelegen bedrijf. Dit argument sluit aan op het aanvullende gemeentelijk beleid; één van de subcriteria.
Omdat het gaat om een heel beperkte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, zijn er geen indelingseisen, of eisen van een geluidluwe gevel.
De geluidontheffing kan worden verleend.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2