Als uitgangspunt wordt bij optreden tegen handel in drugs in de regel gekozen voor een sluiting (het toepassen van bestuursdwang) en niet voor het opleggen van een dwangsom. Een sluiting wordt gezien alshet meest effectieve middel om de overtreding ongedaan te maken, een einde te maken van de in strijd met het gedoogbeleid gevoerde handel in of vanuit dat pand. Gezien het grote financiële gewin in het circuit van de drugshandel, mag van een dwangsom weinig effect worden verwacht, in de zin dat naar verwachting niet zal worden bereikt dat een overtreding ophoudt of niet meer wordt herhaald. Bestuursdwang is een directer middel.
Waarschuwing
In beginsel wordt na overtreding van één van de gedoogcriteria onmiddellijk tot sluiting overgegaan. Bij enkele overtredingen wordt de exploitant door of vanwege de burgemeester eerst schriftelijk gewaarschuwd. In bijlage 2 wordt weergeven voor welke overtredingen eerst een waarschuwing wordt gegeven. Bij een volgende overtreding volgt in dat geval sluiting.
Een waarschuwing gegeven voor overtreding van één of meer van de gedoogcriteria geldt ook als waarschuwing voor elk van de andere gedoogcriteria. Bijvoorbeeld: na een waarschuwing wegens overtreding van gedoogcriterium 7 wordt een overtreding van gedoogcriterium 17 geconstateerd. Er kan dan direct tot sluiting worden overgegaan voor een periode van drie maanden.
Cumulatie
Indien meerdere gedoogcriteria tegelijkertijd worden overtreden wordt de zwaarste maatregel gevolgd van de handhavingsmatrix (bijlage 2) die van toepassing is.
De geldigheidsduur van een waarschuwing is twee jaar. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven kan de burgemeester altijd gemotiveerd van het geven van een waarschuwing afzien en direct tot sluiting overgaan.
Termijn
Sluiting van een coffeeshop vindt in de regel plaats voor een periode van 1 tot maximaal 12 maanden, zoals beschreven in de handhavingsmatrix (bijlage 2). Bij herhaalde overtreding van de genoemde gedoogcriteria vindt sluiting plaats voor een langere periode of voor onbepaalde tijd. Ook dit is opgenomen in de handhavingsmatrix. De burgemeester kan een andere sluitingstermijn vaststellen indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven. Zoals bijvoorbeeld de hiervoor al genoemde overtredingen van de Wet Wapens en Munitie in of vanuit de coffeeshop wat als verzwarende omstandigheden gelden.
Sluiting zal in de regel gebeuren door het doen laten sluiten van de deuren van het pand en het door de gemeente verzegelen van deze toegangen. Hiermee wordt het woon- en leefklimaat in de directe omgeving zo min mogelijk negatief aangetast. Indien blijkt dat de verzegeling niet werkt doordat deze wordt verbroken, dan wordt overgegaan tot een effectievere feitelijke uitvoering van de bestuursdwang. Gedacht moet worden aan het fysiek dichtmaken van de toegangen tot het pand.
Bij het toepassen van een sluiting / bestuursdwang, wordt de coffeeshop gesloten. Op grond van artikel 2.3.2 APV Breda 2004 is het verboden zich in een door de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet gesloten lokaal of ruimte te bevinden.