Een deelnemend college kan uit de regeling treden door toezending aan het algemeen bestuur van het daartoe strekkende besluit.
De uittreding treedt in werking vijf jaar na het verstrijken van het jaar, waarin de uittredingsbesluiten zijn genomen.
Het algemeen bestuur regelt, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, de financiële en andere gevolgen van de uittreding
Een uitgetreden college blijft voor de inwoners van de betrokken gemeente die op grond van de Wet sociale werkvoorziening zijn aangesteld in dienst van Promen de bijdrage verschuldigd bedoeld in art. 29, leden 3,4 en 5 respectievelijk art. 30 lid 5.
Hoofdstuk XII
Artikel 33
Artikel 33
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Promen (tweede wijziging)