**1..** Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:
- - de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door de belanghebbende;
- - de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van de belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen;
- - de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de belanghebbende moeten in overweging worden genomen.
**2..** In afwijking van het eerste lid, van dit artikel wordt door het college geen tegenprestatie opgelegd:
- - aan de belanghebbende die voor ten minste acht uur per week vrijwilligerswerk verricht, waarvoor toestemming is verkregen van het college;
- - aan de belanghebbende die deelneemt aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject;
- - aan de belanghebbende die zorgtaken verricht als mantelzorger voor ten minste acht uur per week. De uren kunnen op basis van individuele omstandigheden lager vastgesteld worden;
- - aan de belanghebbende die een parttime baan heeft voor ten minste 20 uur per week;
- - aan alleenstaande ouders die vrijstelling van de arbeidsplicht hebben in verband met de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot 5 jaar;
- - aan de belanghebbende die duurzaam volledig arbeidsongeschikt is;
- - als geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie. In dit geval beoordeelt het college binnen 6 maanden of op dat moment wel werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.