Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 10

Weigeringsgronden

Onderdeel van Parkeerverordening 2001

Het college kan de vergunning weigeren, indien: de aanvrager geen zelfstandige woning bewoont; de aanvrager een zelfstandige woning bewoont en aan een bewoner van die woning al een vergunning is verleend; de aanvrager een beroep of bedrijf uitoefent en op zijn naam of op naam van dit bedrijf reeds een vergunning is uitgegeven; de aanvrager een eigen parkeerplaats heeft of de mogelijkheid heeft daarover te beschikken; de aanvrager beschikt over een individuele invalidenparkeerplaats; een vergunning van de aanvrager in de twee jaar voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag wegens het handelen in strijd met de vergunningvoorschriften is ingetrokken; de aanvrager in de twee jaar voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag gebruik gemaakt heeft van een vervalsing of onrechtmatige kopie van een parkeervergunning.

Rechtspraak bij dit artikel