Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 11

Intrekkings- en wijzigingsgronden

Onderdeel van Parkeerverordening 2001

Het college kan een vergunning schriftelijk intrekken of wijzigen: op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; wanneer de vergunninghouder de sector, waarvoor de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt; wanneer de aanvrager niet binnen één maand reageert op de schriftelijke aanbieding van een vergunninghoudersplaats; wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; wanneer voor de betreffende sector het stelsel van vergunningen komt te vervallen; wanneer de vergunninghouder de bij of krachtens deze regeling gegeven voorschriften of aanwijzingen niet of niet behoorlijk nakomt; indien blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; om redenen van openbaar belang; de vergunninghouder niet of niet tijdig het parkeergeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 225 Gemeentewet.

Rechtspraak bij dit artikel