Het college kan een vergunning schriftelijk intrekken of wijzigen:
op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder de sector, waarvoor de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;
wanneer de aanvrager niet binnen één maand reageert op de schriftelijke aanbieding van een vergunninghoudersplaats;
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
wanneer voor de betreffende sector het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
wanneer de vergunninghouder de bij of krachtens deze regeling gegeven voorschriften of aanwijzingen niet of niet behoorlijk nakomt;
indien blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang;
de vergunninghouder niet of niet tijdig het parkeergeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 225 Gemeentewet.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3
Artikel 11
Intrekkings- en wijzigingsgronden
Onderdeel van Parkeerverordening 2001