Na ontvangst van de machtiging wordt het termijnbedrag vastgesteld door de belastingschuld te delen door het aantal maanden (met een maximum van 6 voor de onroerende zaakbelastingen) beschikbaar tot en met december van het belastingjaar. Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt het termijnbedrag vastgesteld door de belastingschuld te delen door het aantal maanden (met een maximum van 3) die resteren binnen het tijdvak van de heffing.