**1..** Non-activiteitsregeling (gedeeltelijk)
Met de ambtenaar die binnen drie jaar (na het vervallen van zijn functie) bij de werkgever een leeftijd bereikt waarbij deze met gebruikmaking van het ABP-Keuzepensioen de mogelijkheid heeft uit te treden, kan een non-activiteietsregeling worden overeengekomen, tegen een korting op de bezoldiging van 30%, met een maximale looptijd van 3 jaar. Bij toepassing van deze regeling verricht de ambtenaar géén of gedeeltelijk arbeid bij de nieuwe organisatie. Om de opbouw van pensioen te garanderen wordt tijdens de non-activiteitsregeling de aanstellingstijd van de ambtenaar gehandhaafd en vindt er salariskorting als aparte inhouding plaats, die géén invloed heeft op de grondslag voor de pensioenopbouw. Tijdens de looptijd van de regeling vindt er opbouw van vakantiegeld en eindejaarsuitkering plaats voor hetzelfde garantiepercentage van 70%.
Er vindt naar evenredigheid van de werktijd opbouw van verlof en compensatie-uren plaats.
**2..** Stimuleringsmaatregelen vervroegd pensioen
Aan de ambtenaar kan een eenmalige premie worden toegekend, indien de ambtenaar met gebruikmaking van het ABP-Keuzepensioen de gemeente vrijwillig verlaat. De compensatie bedraagt maximaal het netto-verlies aan pensioenuitkering op de voor de ambtenaar geldende AOW-leeftijd, dat door de gebruikmaking wordt veroorzaakt. Het verlies wordt maximaal gecompenseerd tot de door het ABP berekende datum van overlijden van de ambtenaar en wordt in een keer uitbetaald.
Hoofdstuk 7:
Artikel 7:5