Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende
schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of
niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het
college hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te
bepalen schadevergoeding toe, indien de schade in
relatie staat tot:
de weigering van het college een vergunning als bedoeld
in artikel 10 te verlenen;
de voorschriften door het college verbonden aan een
vergunning als bedoeld in artikel 10;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld
in artikel 10, derde lid;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld
in artikel 14, tweede lid, onder d;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 15, tweede lid,
tweede volzin.
Voor de behandeling van de aanvragen zijn de
bepalingen van de verordening ter regeling van de
procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de
Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige
toepassing.