**1..** De hoogte van het inkomen wordt vastgesteld met inachtneming van artikel 31 van de wet.
**2..** Het inkomen van de belanghebbende die geen (aanvullende) uitkering ingevolge de Participatiewet, de IOAZ of de IOAW ontvangt, wordt vastgesteld aan de hand van de inkomensspecificaties van de maand voorafgaand aan de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan.
**3..** Heeft belanghebbende een wisselend inkomen dan wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen genoten in de zes maanden voorafgaand aan de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan.
**4..** Wordt de aanvraag om bijzondere bijstand ingediend voordat de kosten zich daadwerkelijk voordoen dan wordt het inkomen vastgesteld aan de hand van de inkomensspecificatie van de maand, dan wel het gemiddelde inkomen van de zes maanden, voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend.
**5..** Het vermogen wordt vastgesteld met inachtneming van artikel 34 van de wet, tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald (zie hiervoor artikel 16 lid 5).
HOOFDSTUK II
Artikel 7