Naar hoofdinhoud
1.. In het inkomen tot 120 % van de van toepassing zijnde bijstandsnorm is geen draagkracht aanwezig. Deze inkomensgrens geldt voor alle kostensoorten en voorzieningen die vermeld staan in deze beleidsregels tenzij anders bepaald, zoals aangegeven in lid 3 van dit artikel. 2.. Van het meerinkomen wordt 100% in aanmerking genomen voor de draagkracht. 3.. In afwijking van het eerste lid geldt een inkomensgrens van 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor de kosten van bijzondere bijstand van: Bewindvoering, curator en mentor Woonkosten Verhuiskosten Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtings- en stofferingskosten Compensatie alleenstaande ouderkop op grond van artikel 30 van deze beleidsregels 4.. Het vermogen (vastgesteld in de maand voorafgaand aan de maand waarin de kosten zich hebben voorgedaan dan wel voorafgaand aan de maand waarin de aanvraag is ingediend, conform het bepaalde in artikel 7)) wordt, tot aan de op belanghebbende van toepassing zijnde grens als bedoeld in artikel 34 Participatiewet buiten beschouwing gelaten, tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald (artikel 16 lid 5). Het vermogen boven de grens wordt volledig in aanmerking genomen voor de draagkracht. 5.. Het vermogen in de eigen woning wordt niet in aanmerking genomen. 6.. De aflossing van schulden, vastgesteld in het kader van een gemeentelijke minnelijke schuldregeling wordt indien en zolang het traject duurt, op de draagkracht in mindering gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel