Lid 1
Direct na afronding van het heimelijk cameratoezicht informeert de beheerder betrokkene(n) op hoofdlijnen over aanleiding, uitvoering en de voorlopige resultaten van het heimelijk cameratoezicht.
Lid 2
Na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde informatie heeft een betrokkene het recht de beheerder te verzoeken hem mede te delen of daarbij hem betreffende persoonsgegevens zijn verwerkt. De beheerder deelt de betrokkene binnen vier weken mee of dit het geval is en tevens welke informatie dit betreft.
Lid 3
Naar aanleiding van de in het derde lid bedoelde informatie kan betrokkene de beheerder verzoeken om de vastgelegde gegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het hoofd van dienst reageert binnen vier weken op dit verzoek. Een weigering is met redenen omkleed.
Lid 4
Alvorens te besluiten op incidentinformatie stelt de beheerder de betrokkene(n) in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.
Lid 5
De beheerder kan lid 1, 2, 3 en 4 buiten beschouwing laten voor zover dit noodzakelijk is voor de in artikel 43 van de Wet bescherming persoonsgegevens genoemde belangen. In dit geval worden betrokkenen altijd wel achteraf geïnformeerd over het feit dat er sprake is geweest van heimelijk cameratoezicht.
Artikel 13