Lid 1
Het college stelt na ontvangst van de melding onverwijld een onderzoek in.
Lid 2
Het college zendt aan de melder dan wel, indien de melder heeft verzocht zijn identiteit niet bekend te maken, aan de leidinggevende of de vertrouwenspersoon, een ontvangstbevestiging. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een integriteitschending en het moment waarop de melder het vermoeden aan de leidinggevende of de vertrouwenspersoon heeft gemeld.
Lid 3
Het college informeert de persoon of personen op wie een melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan worden geschaad.