Lid 1
Het college stelt de diegene bij wie de meldermelding heeft gedaan binnen twaalf weken schriftelijk op de hoogte van haarstandpunt omtrent het gemelde vermoeden van een integriteitsschending.
Lid 2
Indien niet binnen twaalf weken uitvoering kan worden gegeven aan het eerste lid wordt de leidinggevende of vertrouwenspersoon voordat deze termijn is verlopen daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte gesteld. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen de leidinggevende of vertrouwenspersoon een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid ontvangt.