Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
beoordelaar:
de leidinggevende van de ambtenaar
vaststeller:
de functionaris die in een direct hiërarchische relatie staat tot de beoordelaar;
informant:
de functionaris die op verzoek van de ambtenaar of de beoordelaar ter voorbereiding op het beoordelingsgesprek informatie verstrekt aan de ambtenaar en/of beoordelaar;
beoordeling:
het oordeel over de vervulling van de functie door de ambtenaar, zoals genoemd in artikel 4 van deze regeling;
functie:
het geheel van werkzaamheden dat door de ambtenaar is te verrichten;
werkafspraken:
persoonsgerichte afspraken over kwantitatief en kwalitatief te realiseren resultaten in de komende periode;
competentieafspraken:
persoonsgerichte afspraken over te realiseren ontwikkeling van het competentieprofiel in de komende periode;
competenties:
kennis, vaardigheden en houdingsaspecten, die voor een goede functievervulling noodzakelijk worden geacht;
competentieprofiel:
persoonsgerichte vastlegging van de gewenste situatie met betrekking tot de competenties bestaande uit drie gemeentebrede kerncompetenties, vier competenties afgeleid van de functiefamilie en nul tot drie functiespecifieke competenties;
beoordelingsformulier:
door college vastgesteld formulier waar de werk- en ontwikkelafspraken tussen beoordelaar en ambtenaar worden vastgelegd, alsmede de voortgang en beoordeling omtrent deze afspraken.
eindoordeel:
de vastlegging van het totaalresultaat van de beoordeling, waarin het resultaat met betrekking tot werk- en ontwikkelafspraken samengevat wordt op een 3-puntsschaal; dit eindoordeel kan liggen op niveau A, B, respectievelijk C;
resultaatgebied:
hoofdtaak binnen de functie van de ambtenaar afgeleid van de beschrijving van de betreffende functiefamilie en bandbreedte.