Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Beoordelingsgesprek

Onderdeel van Regeling personeelsbeoordeling Nissewaard

Lid 1 De beoordelaar houdt ten minste eenmaal per jaar een beoordelingsgesprek met de ambtenaar. Lid 2 Een beoordelingsgesprek vindt plaats indien in totaal 6 maanden of meer aan arbeid is verricht. Indien minder dan 6 maanden arbeid is verricht, wegens verlof op grond van artikel 6:4:1a, 6:7 en 6:8 van de CAR/UWO, vindt eveneens een beoordelingsgesprek plaats. Lid 3 Het beoordelingsgesprek vindt plaats binnen een periode gelegen tussen 1 oktober van het ene kalenderjaar en 1 april van het volgende kalenderjaar. Lid 4 In afwijking van lid 3 vindt het eerste beoordelingsgesprek van een ambtenaar die nieuw in dienst is of in een andere functie is aangesteld, plaats in deperiode gelegen tussen de achtste en de tiende maand na de datum waarop de ambtenaar de hoedanigheid van ambtenaar verkrijgt, dan wel na de datum van zijn aanstelling of herplaatsing in een andere functie. Lid 5 In het beoordelingsgesprek komen de volgende aspecten aan de orde: in hoeverre is aan de werkafspraken voldaan; in hoeverre is aan de competentieafspraken voldaan; de overige aspecten zoals eventuele afspraken rond arbeidsomstandigheden, werk-privé etc.; het eindoordeel van de beoordeling (inclusief financiële consequenties); Lid 6 Bij ongewijzigde afspraken èn ongewijzigd functioneren kan bij een B-beoordeling jaarlijks dezelfde ongewijzigde beoordeling direct worden vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel