Lid 1
De beoordelaar houdt ten minste eenmaal per jaar een voortgangsgesprek met de ambtenaar.
Lid 2
Het voortgangsgesprek vindt plaats binnen een periode gelegen tussen 1 april en 1 oktober van één kalenderjaar. Voor de ambtenaar met een tijdelijk dienstverband of die in een nieuwe functie wordt aangesteld, wordt een afwijkend tijdspad gehanteerd passend bij de datum van aanstelling of functiewijziging.
Lid 3
In het voortgangsgesprek komen de volgende onderwerpen aan de orde:
De voortgang van de werkafspraken;
De voortgang van de competentieafspraken
Lid 4
Bij ongewijzigde afspraken èn ongewijzigd functioneren kan de voortgang van de planningsafspraken jaarlijks opnieuw ongewijzigd vastgesteld worden.
Lid 5
Het schriftelijk verslag van het voortgangsgesprek in het beoordelingsformulier wordt door de beoordelaar en ambtenaar voor akkoord ondertekend.