Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 20.

De betalingsverplichting

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering uitkeringen van de gemeente Noordoostpolder 2010

1.. Burgemeester en wethouders besluiten op basis van de door de belanghebbende overgelegde gegevens en de algemene bepalingen van artikel 19 van deze beleidsregels per vordering of er sprake is van een aflossingscapaciteit en zo ja, tot welk bedrag per maand. 2.. De betalingsverplichting wordt in volgorde van prioriteit toegewezen aan de oudste vordering boven de jongste vordering, tenzij: a. door aflossing op een vordering brutering kan worden voorkomen; b. de belanghebbende op grond van artikel 4:92 Awb een geldschuld aanwijst. 3.. Als burgemeester en wethouders geen informatie hebben over de middelen van belanghebbende wordt de betalingsverplichting gelijkgesteld aan de vordering, waarbij de belanghebbende wordt gewezen op de mogelijkheid van het treffen van een betalingsregeling. 4.. Als belanghebbende gemotiveerd verzoekt om een herziening van het termijnbedrag en alle noodzakelijke gegevens daartoe heeft overlegd, besluiten burgemeester en wethouders binnen vier weken na ontvangst van het verzoek de eerder genomen beslissing al dan niet te herzien. 5.. Het indienen van een bezwaarschrift of een verzoek zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel heeft geen schorsende werking voor het voldoen van de opgelegde betalingsverplichting. 6.. Burgemeester en wethouders informeren belanghebbende tenminste eenmaal per jaar schriftelijk over het actuele saldo van de vordering(en).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel