**1..** De mogelijkheid om af te zien van een boete en te volstaan met een waarschuwing wordt bepaald in artikel 18a, lid 4, Pw, 20a, lid 4, IOAW, 20a lid 4 IOAZ en artikel 2aa van het Boetebesluit.
**2..** Met inachtneming van de bepalingen in de Pw, de IOAW, de IOAZ en het Boetebesluit wordt in ieder geval in de volgende situaties volstaan met een schriftelijke waarschuwing:
De overtreding van de inlichtingenverplichting heeft niet geleid tot een benadelingsbedrag of het benadelingsbedrag is niet hoger dan € 150,- of
De belanghebbende heeft wel inlichtingen verstrekt, die echter onjuist of onvolledig waren, of heeft anderszins een wijziging van omstandigheden niet binnen twee weken gemeld, maar uit eigen beweging alsnog binnen 60 dagen, te rekenen vanaf de eerste dag nadat de termijn van twee weken is afgelopen, de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd, tenzij de belanghebbende deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenverplichting.
**3..** In afwijking van het eerste lid wordt een boete overwogen als een situatie als bedoeld in het eerste lid van dit artikel zich voordoet en het college het gegronde vermoeden heeft dat de belanghebbende opzettelijk de inlichtingenverplichting niet tijdig of niet volledig is nagekomen.
Hoofdstuk
Artikel 7
Schriftelijke waarschuwing
Onderdeel van Beleidsregels Bestuurlijke boete PW, IOAW en IOAZ 2017