Naar hoofdinhoud
Artikel 2.5.1 Huisvestingsverordening regio Utrecht krijgt de volgende uitwerking: D.Volkshuisvestelijke indicatie Nadere regels omtrent het afgeven van een urgentie op grond van een volkshuisvestelijke indicatie Inleiding De regeling voor herhuisvesting is erop gericht huurders die vanwege sloop of ingrijpende renovatie hun woning moeten verlaten, in één keer te verhuizen naar een passende en gewenste woning. De huurders kunnen daarbij gebruik maken van een stadsurgentie of een regiourgentie. Huurders die na gebruik van een stadsurgentie of regio-urgentie terug willen keren naar het nieuwbouw- of gerenoveerde complex gebruiken daarna ook nog de zogenaamde terugkeervoorrang. Huurders die willen verhuizen naar een regiogemeente gebruiken de regio-urgentie. Hiervoor gelden de bepalingen uit de regionale huisvestingsverordening. Deze bepalingen gaan uit van een zoekprofiel waarbij de woning vergelijkbaar is met de huidige woonruimte die gesloopt of ingrijpend verbeterd moet worden (artikel 2.5.3. lid 4) Huurders die binnen de gemeente Utrecht willen verhuizen, gebruiken de stadsurgentie. Wooncarrière is hierbij- binnen de grenzen van het vastgestelde zoekprofiel - mogelijk. Ook bij de terugkeervoorrang is wooncarrière binnen de gestelde grenzen mogelijk. 100% woonduur: Huurders van te slopen of te renoveren (te definiëren door de woningcorporatie) woningen wordt de mogelijkheid geboden met gebruik van 100% woonduur te verhuizen voordat de urgenties worden verleend. Vanaf de vaststelling van het begindocument hebben huurders de mogelijkheid hun woonduur voor 100% te gebruiken als inschrijftijd, ook als zij zich na 1 juli 2006 hebben ingeschreven als woningzoekende. Volkshuisvestelijke urgentie: Bij (tijdelijke of permanente) herhuisvesting van huurders wordt onderscheid gemaakt naar huurders van een: sloopwoning: het huurcontract wordt door de woningcorporatie opgezegd; te renoveren woning uitgevoerd in onbewoonde staat: de renovatie is dan zodanig ingrijpend dat uitplaatsing voor meerdere maanden nodig is, hetgeen door de woningcorporatie beoordeeld wordt. Onderscheiden wordt bovendien: ontbinding van het huurcontract op verzoek van de huurder: de huurder heeft dan dezelfde rechten als bij de sloop van de woning; ontbinding van het huurcontract door de corporatie. Hiervan is alleen sprake wanneer de woning door de renovatie dermate wijzigt, dat de oorspronkelijke woning niet meer bestaat. Dit komt bijvoorbeeld voor bij samenvoegen van woningen. De huurder heeft dezelfde rechten als bij sloop van de woning. het huurcontract blijft gehandhaafd: de huurder heeft dan recht op een wisselwoning; Ad 1., 2a en 2b: de huurder wiens woning wordt gesloopt of gerenoveerd in onbewoonde staat, krijgt een regio-urgentie (geldig in stad en regiogemeenten), een stadsurgentie (alleen geldig in de stad) en een terugkeervoorrang; de huurder mag maximaal twee keer met voorrang verhuizen (artikel 2.5.1 lid 3b. onderdeel D van de regionale huisvestingsverordening staat dit toe). Voor de eerste verhuizing gebruikt hij de stadsurgentie of regio-urgentie en voor de tweede verhuizing de terugkeervoorrang; de huurder die gebruik maakt van de stadsurgentie mag eerst met voorrang verhuizen naar een door hem gewenste woning in de gemeente Utrecht. bij deze eerste verhuizing mag de stadsurgent wooncarrière maken met inachtneming van de bezettingsnorm zoals geformuleerd onder punt 10; de huurder die verhuist met stadsurgentie of de regio-urgentie behoudt na de eerste verhuizing zijn inschrijftijd; de huurder die met stadsurgentie of regio-urgentie is verhuisd mag vervolgens met voorrang terugkeren naar een woning in het nieuwbouw- of renovatiecomplex. Hij maakt dan gebruik van de terugkeervoorrang. Bij deze tweede verhuizing mag de huurder wooncarrière maken met inachtneming van de bezettingsnorm (zie 10); Als de stadsurgent of de regio-urgent terugkeert naar een woning in het nieuwbouw- of renovatiecomplex vervallen de inschrijftijd en de woonduur; 8.de huurder kan ook na het toekennen van de urgenties gebruik maken van de mogelijkheid met woonduur (te gebruiken als inschrijftijd) te verhuizen. Indien hij van deze mogelijkheid gebruik maakt, behoudt hij zijn terugkeervoorrang tot het moment dat de laatste woning in het nieuwbouw- of renovatiecomplex is opgeleverd; 9.alle huurders met een stads- en regio-urgentie die op de peildatum een eengezinswoning huren, houden het recht op een eengezinswoning; 10.naast de afspraken over de bezettingsnorm in de regionale huisvestingsverordening geldt een afwijkende bezettingsnorm voor het reageren met de stadsurgentie op eengezinswoningen: deze woning mag maximaal één kamer meer omvatten dan het aantal leden van het huishouden; 11.voor eenpersoonshuishoudens die op de peildatum in een eengezinswoning wonen, geldt de uitzondering dat hun nieuwe eengezinswoning maximaal drie kamers mag omvatten; 12.het recht om de tweede keer met voorrang te verhuizen (terugkeervoorrang) en de woonduur vervallen als de laatste woning van het nieuwbouw- of renovatiecomplex is opgeleverd; 13.wanneer meer urgenten op dezelfde woning reageren, wordt de voorrang onderling als volgt geregeld: bewoners die gebruik maken van hun terugkeervoorrang; bewoners uit de wijk (volgens de officiële Utrechtse wijkindeling) die hun stadsurgentie gebruiken, hebben voorrang op woningen in de wijk waar ze op de peildatum woonden ten opzichte van bewoners uit andere wijken; bewoners met de oudste peildatum hebben voorrang op bewoners met een jongere peildatum; bewoners met de langste woonduur hebben voorrang op bewoners met een kortere woonduur; de urgenties voor de huurder zijn minimaal twaalf maanden geldig voorafgaand aan het moment dat de woning ontruimd moet zijn;

Rechtspraak bij dit artikel