1.Het college is bevoegd, krachtens artikel 6, eerste lid, artikel 25, derde lid, artikel 31, tweede lid, onderdeel b en artikel 64, tweede lid, van de wet, de inburgeringsplichtige te ontheffen van inburgeringsplicht:
op grond van artikel 6, eerste lid: direct na het afronden van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 25 van de wet en
indien het college beoordeelt dat, op grond van door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen ten aanzien van het behalen van het inburgeringsexamen binnen de in artikel 7 van de wet gestelde termijnen, het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het inburgeringsexamen te behalen.
2.Bij of krachtens algemene maatregelen van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van artikel 6 van de wet.
Hoofdstuk 1
Artikel 4.2
Ontheffing van de inburgeringsplicht
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering gemeente Utrecht