**1..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 20% van de netto bijstandsnorm per maand met een maximum van het in artikel 34, onderdeel a, genoemde bedrag, indien de inburgeringsplichtige geen gehoor geeft aan de oproep van het college bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet.
**2..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 40% van de netto bijstandsnorm per maand met een maximum van het in artikel 34, onderdeel b, genoemde bedrag, indien de inburgeringsplichtige onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgerings-voorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid van deze verordening.
**3..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 40 % van de netto bijstandsnorm per maand met een maximum van het in artikel 34, onderdeel c, genoemde bedrag, indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
**4..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste 80% van de netto bijstandsnorm per maand met een maximum van het in artikel 34, onderdeel d, genoemde bedrag, indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
**5..** Bij de vaststelling van het boetebedrag voor, geldt de netto bijstandsnorm per maand die voor betrokkene geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn.
Hoofdstuk 1
Artikel 4.3
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende gedragingen
Onderdeel van Verordening Wet Inburgering gemeente Utrecht