Naar hoofdinhoud
1.. Naast de bewijsstukken zoals genoemd in artikel 18b, tweede lid, sub a en b van de Wet kan de belanghebbende middels één van onderstaande bewijsstukken aantonen dat hij de Nederlandse taal voldoende beheerst: een certificaat/diploma als bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering; een ander document waaruit blijkt dat belanghebbende de vaardigheden in de Nederlandse taal minimaal op referentieniveau 1F beheerst als bedoeld in artikel 18b, lid 2, onderdeel c van de Participatiewet; 2.. Indien belanghebbende in de leerplichtige leeftijd (van 5 tot 16 jaar) gedurende ten minste acht jaren in Nederland heeft gewoond wordt ervan uitgegaan dat belanghebbende gedurende acht jaar Nederlandstalig- onderwijs heeft gevolgd en daarmee aan de taaleis voldoet; 3.. Het voldoen aan de taaleis laat onverlet dat verbetering van de beheersing van de Nederlandse taal als onderdeel van de arbeidsverplichtingen kan worden opgenomen in een re- integratietrajectplan op maat als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdeel f, van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel