Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 15

Hoogte van de aflossing bij een uitkering

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ

1.. Indien de belanghebbende een uitkering als bedoeld in artikel 1, lid 2, onder f, ontvangt, bedraagt de maandelijkse aflossingsverplichting 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag met een maximum van het bedrag dat ingevolge artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen. 2.. In bijzondere situaties kan in afwijking van het vorige lid met een betalingsvoorstel van de belanghebbende worden ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 24 maanden in zijn geheel wordt afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 15,00 per maand bedraagt. 3.. In geval van beslaglegging door een derde (dat wil zeggen een andere schuldeiser dan het college), kan de maandelijkse aflossingsverplichting worden bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel