Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 17

Volgorde van invordering

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ

1.. Het college vordert de vorderingen op volgorde van boete, fraudevordering, overige vorderingen en geldlening in zolang de belanghebbende geen verzoek heeft gedaan op grond van artikel 4:92, lid 2 van de Awb. Bij vorderingen van gelijke strekking geldt als uitgangspunt, dat de oudste vordering als eerste wordt afgelost. 2.. Van het gestelde in het vorige lid wordt afgeweken: a. bij beslaglegging door een derde schuldeiser wegens wettelijk preferente vordering, dan wordt eerst de (fraude)vordering ingevorderd; b. als brutering van de (fraude)vordering voorkomen kan worden door eerst de (fraude)vordering in te vorderen; c. als het restant van de (fraude)vordering(en) in minder dan 6 maandelijkse termijnen vanaf de datum van boeteoplegging zal zijn voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel