In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:
- - wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- - hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
- - melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
- - gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
- - aanvraag: een aanvraag als bedoeld in artikel 2.3.5 van de wet;
- - bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet;
- - algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning;
- - algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten;
- - voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen;
- - andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet;
- - maatschappelijk nuttige activiteiten: activiteiten die bijdragen aan de zelfredzaamheid of participatie van betrokkene en daarnaast iets bijdragen aan de samenleving;
- - goedkoopst adequaat: als meerdere voorzieningen of oplossingen inzetbaar zijn, wordt gekozen voor de goedkoopste voorziening of oplossing van gelijkwaardige kwaliteit;
- - voorziening in natura: een voorziening, verstrekt in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening;
- - pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet.