7.1 Aangifte agressie en geweld
Van de volgende strafbare feiten kan aangifte worden gedaan bij de politie:
Belediging van een ambtenaar in functie;
(Bedreiging met) Geweld tegen personen, mishandeling, verkrachting of aanranding;
Ambtsdwang (de ambtenaar/ ambtsdrager dwingen om een handeling te doen of juist na te laten);
Vernieling gerelateerd aan agressief gedrag van klanten.
Er vindt hierbij altijd vooraf overleg plaats met het slachtoffer. Bij agressie gericht tegen de persoon zelf, kan de betrokken medewerker alleen zelf aangifte doen. Hierbij gebruikt deze het adres van de gemeente/ locatie van het Stadskantoor/Stadhuis en nooit het privé adres! De leidinggevende biedt altijd zijn/ haar begeleiding aan bij het doen van de aangifte. Indien de agressor is opgepakt, dan dient binnen 6 uur aangifte te worden gedaan. Voor het doen van aangifte: zie informatie op ‘Veilige Publieke Taak Aangifte’.
7.2 Incidentenregistratie in een centraal systeem
De registratie vindt plaats door de getroffen medewerker(s) / verantwoordelijk leidinggevende, mogelijk in samenspraak met coördinator agressie en geweld van de betreffende organisatie. De coördinator ondersteunt waar nodig bij verdere afhandeling.
Voor registratie (bijvoorbeeld in RIO/GIR/ ARO Registratie Incidenten Overheid) moeten drie stappen doorlopen worden:
identificatie: eigen gegevens invullen;
typering: omschrijving van het incident;
extra vragen: eigen vragen.
Indien melding in het systeem niet mogelijk is, kan een incident schriftelijk worden vastgelegd. Het meldingsformulier is opgenomen in bijlage 5.
Dadergegevens worden niet in het systeem opgeslagen maar worden conform ‘College Bescherming Persoonsgegevens’ bewaard. Een klant mag vragen om inzage in het registratiesysteem bij de coördinator agressie en geweld.
Voor meer informatie over veiligheid en arbo, zie:
https://haltewerk.pleio.nl/hrm –arbo, http://plus.alkmaar.intern servicepagina HR,http://handboeken.info.uwv.nl/index.htm?dahandboek=KSMSP&dadocnr=d20120416t152724055&daversie=actueel
7.3 Sanctie
Op basis van het vertoonde gedrag wordt een sanctie vastgesteld. De leidinggevende informeert de dader persoonlijk welke maatregel wordt opgelegd. Dit vindt plaats binnen 48 uur. Deze sanctie wordt ook schriftelijk bevestigd. De toegepaste maatregel geeft de coördinator agressie en geweld door aan de beveiliger.
De leidinggevende informeert de beveiliger en coördinatoren agressie en geweld van de andere organisaties over de opgelegde sanctie. Indien er sprake is van een overtreding van de opgelegde sanctie, informeert de beveiliger de verantwoordelijke leidinggevende.
De klant kan tijdens de periode dat de toegang ontzegd is:
contact opnemen met een vertegenwoordiging uit het werkgebied zoals in de sanctiebrief vermeld staat;
door middel van briefwisseling;
via een derde, bijvoorbeeld een door de klant formeel aangewezen zaakwaarnemer. De zaakwaarnemer mag namens de klant telefonisch contact opnemen. Bij bezoek aan de dienst moet de zaakwaarnemer zich legitimeren en een schriftelijke machtiging van de klant overleggen.
Tijdens dringend gewenste contacten (bijv. persoonsdocumenten, e.d.) wordt de veiligheid van de medewerkers als volgt gewaarborgd:
De medewerker die de klant heeft uitgenodigd, stelt de beveiliger via de balie van de receptie hiervan op de hoogte om te voorkomen dat de klant meteen wordt weggestuurd;
Het gesprek wordt door twee medewerkers gevoerd;
De beveiliger wordt gevraagd om een oogje in het zeil te houden;
Als er sprake is geweest van fysiek geweld, wordt vooraf contact opgenomen met de politie. In overleg kan het gesprek plaatsvinden op het politiebureau.
In bijlage 3 staan de sancties die door de organisaties worden gehanteerd.
7.4 Overtreding toegangsverbod
Mocht de klant die de toegang is ontzegd toch onuitgenodigd verschijnen, dan is de procedure als volgt:
de beveiliger die de aanwezigheid van de klant constateert, vraagt de klant (twee keer herhalen) het gebouw/terrein onmiddellijk te verlaten;
als de klant niet reageert op dat verzoek, dan belt de beveiliger de politie met het verzoek de klant te verwijderen;
De beveiliger informeert de coördinator agressie en geweld;
De Beveiliger schrijft een rapportage en deelt deze met de betrokken coördinator agressie.
De leidinggevende registreert de situatie en meldt deze aan de coördinatoren van de andere organisaties. De betreffende klant krijgt opnieuw een sanctie opgelegd die op de ontstane situatie van toepassing is.
In bijlage 6 staan richtlijnen voor het verhalen van materiele en immateriële schade.