• - De op grond van de onder artikel 22 ingetrokken Monumentenverordening Amersfoort 2007

    aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en

    geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

  • - Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vòòr de inwerkingtreding van deze verordening worden

    afgehandeld met inachtneming van de in artikel 22 ingetrokken verordening.

Artikel 24 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt.

Artikel 25 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening Amersfoort 2010.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 28 september 2010.

de griffier, de voorzitter,

PUBLICATIEDATUM:

13 oktober 2010

Erfgoedverordening Amersfoort 2010

A. Algemene toelichting

Amersfoort heeft al sinds 1984 een geïntegreerde verordening voor gebouwde monumenten en archeologie. Per 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), een wijziging van de Monumentenwet 1988 ingevoerd. Deze wet is erop gericht archeologische waarden volwaardig mee te wegen bij beslissingen betreffende de ruimtelijke inrichting. Gelet op de verplichtingen voortvloeiend uit de Wamz wordt het hoofdstuk archeologie uitgebreid.

Gelet op het bovenstaande verandert de naam van “Monumentenverordening Amersfoort 2007” in ”Erfgoedverordening Amersfoort 2010”.

De wijziging van de verordening nu houdt verband met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Invoeringswet algemene bepalingen omgevingsrecht (Invoeringswet Wabo), het Besluit Omgevingsrecht (Bor) en de regeling omgevingsrecht (Mor).

Om de administratieve lasten voor burgers en bedrijven te verminderen biedt de verordening de mogelijkheid dat het college nadere regels kan stellen (uitvoeringsrichtlijnen) waarmee de vergunningsplicht (gedeeltelijk) komt te vervallen. Het inhoudelijke toetsingskader van de omgevingsvergunning inzake de gemeentelijke monumenten is in de verordening bepaald.

De Wabo ziet op vergunningen en ontheffingen en niet op nadere regels. Het college blijft hiervoor het bevoegd gezag.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

De Wabo regelt de omgevingsvergunning die in de plaats komt van een reeks vergunningen, ontheffingen of toestemmingen voor het realiseren van een fysiek project. Meest relevant voor deze verordening zijn:

  • - de bouwvergunning;
  • - de aanlegvergunning;
  • - de sloopvergunning;
  • - de monumentenvergunning;

De Wabo beoogt tegemoet te komen aan het belang van een snelle dienstverlening. Het bevorderen van de tijdige besluitvorming vormt hiervan een onderdeel.

Eén aanvraag; één bevoegd gezag; één loket

De centrale gedachte bij de ontwikkeling van de Wabo is de “één loket gedachte”. Dit houdt in dat de aanvrager vanaf een nader te bepalen moment in 2010 één omgevingsvergunning hoeft aan te vragen voor zijn project. De aanvrager geeft aan op welke activiteiten (bouw, aanleg, sloop enz.) zijn aanvraag betrekking heeft. Voor de erfgoedverordening betekent dit dat bijvoorbeeld de omgevingsvergunning voor het bouwen en de omgevingsvergunning voor monumenten in één verzoek worden aangevraagd.

De omgevingsvergunning wordt vervolgens door één bevoegd gezag beoordeeld en doorloopt één procedure. De beslissing op de aanvraag kent ook één procedure van rechtsbescherming.

Bevoegd gezag

Het bevoegd gezag is in de meeste gevallen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar het project in hoofdzaak zal worden verricht. Het bevoegd gezag is integraal verantwoordelijk voor het te nemen besluit en is tevens belast met de bestuursrechtelijke handhaving.

In het Bor wordt een aantal uitzonderingen op deze hoofdregel gemaakt. Een minister dan wel het college van gedeputeerde staten wordt in deze gevallen als het bevoegde gezag aangewezen. Deze gevallen zijn aangewezen in artikel 3.3 van de Wabo. Gedeputeerde staten van de provincie is bevoegd gezag indien het gaat om de meer complexere categorieën inrichtingen. Deze zijn specifiek in bijlage I van het Bor omschreven.

Toestemmingsstelsels

Er bestaan verschillende methoden om de toestemmingstelsels (=vergunning en ontheffing) te integreren in de omgevingsvergunning. De toestemmingstelsels die altijd zien op plaatsgebonden activiteiten zijn volledig in de Wabo geïntegreerd; de bestaande toestemmingstelsels in de betreffende wetten of verordeningen vervallen. Het gaat om een procedurele integratie van de verschillende toestemmingstelsels. De inhoudelijke beoordeling vindt gecoördineerd plaats. Dit betekent dat de verschillende toetsingskaders niet zijn geïntegreerd. Het toetsingskader van de Wabo bestaat derhalve uit een optelling van de afzonderlijke toetsingskaders.

De procedure

De Wabo maakt onderscheid tussen de reguliere en de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Bij vergunningverlening voor rijksmonumenten is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van kracht, voor gemeentelijke monumenten de reguliere.

De Wabo en de Erfgoedverordening

De monumentenvergunning uit de erfgoedverordening integreert volledig in de omgevingsvergunning, omdat het om plaatsgebonden activiteiten gaat. Daarom is in artikel 2.2 van de Wabo bepaald dat het verboden is zonder een omgevingsvergunning een krachtens een verordening aangewezen monument te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waarop het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht. Een extra overweging voor het volledig integreren van de monumentenvergunning in de omgevingsvergunning is dat de verlening van de monumentenvergunning in de praktijk vaak samenliep met de verlening van de bouwvergunning of de aanlegvergunning. Er is voor gekozen om de instandhoudingsvergunning van archeologische terreinen op grond van artikel 2.2, tweede lid, Wabo aan te haken bij de omgevingsvergunning (facultatieve integratie). Zolang gemeentelijke bestemmingsplannen nog niet ‘Malta-proof’ zijn, kan op deze wijze in de omgevingsvergunning bescherming aan archeologische waarden in de bodem worden geboden bij de realisatie van een fysiek project.

B Artikelsgewijze toelichting