Naar hoofdinhoud
1.. De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2.. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de WIJ bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 3.. De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB bedraagt 5 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één ander zijn hoofdverblijf heeft. 4.. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de WIJ bedraagt 5 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één ander zijn hoofdverblijf heeft. 5.. De toeslag bedoeld in lid 3 van dit artikel wordt met 5% verlaagd voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning twee of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. 6.. De toeslag bedoeld in lid 4 van dit artikel wordt met 5% verlaagd voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning twee of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. 7.. In afwijking van het eerste lid wordt geen toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB verleend, indien de ander een niet-rechthebbende partner is en een inkomensvoorziening op grond van de WIJ ontvangt. 8.. Voor de toepassing van het eerste en derde lid van dit artikel worden, inwonende kinderen van 18 jaar tot 27 jaar met een inkomen uit studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten of inwonende kinderen van 18 tot 21 jaar met een inkomensvoorziening WIJ, niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 9.. Voor de toepassing van het eerste, derde en vijfde lid van dit artikel worden inwonende kinderen van 18 jaar tot 27 jaar met een inkomen uit studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten èn/of een inkomen uit arbeid, welk inkomen voor ieder bedoeld inwonend kind in totaal lager is dan de bijstandsnorm zoals genoemd in artikel 21 onder a WWB, niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 10.. Voor de toepassing van de leden 3 tot en met 6 wordt de verzorgingsbehoevende die door belanghebbende wordt verzorgd niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel