Naar hoofdinhoud
1.. De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 15 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één ander hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. 2.. De verlaging bedoeld in artikel 31 van de WIJ bedraagt 15 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één ander hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben. 3.. De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 20procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met twee of meer anderen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. 4.. De verlaging bedoeld in artikel 31 van de WIJ bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met twee of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben 5.. De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die voor het bewonen van hun woning geen woonkosten zijn verschuldigd. 6.. De verlaging bedoeld in artikel 31 van de WIJ bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die voor het bewonen van hun woning geen woonkosten zijn verschuldigd. 7.. De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en die voor het bewonen van hun woning geen woonkosten zijn verschuldigd. 8.. De verlaging bedoeld in artikel 31 van de WIJ bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en die voor het bewonen van hun woning geen woonkosten zijn verschuldigd. 9.. Voor de toepassing van het eerste en derde lid van dit artikel worden, inwonende kinderen van 18 jaar tot 27 jaar met een inkomen uit studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten of inwonende kinderen van 18 tot 21 jaar met een inkomensvoorziening WIJ, niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 10.. Voor de toepassing van het eerste en derde lid van dit artikel worden inwonende kinderen van 18 jaar tot 27 jaar met een inkomen uit studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten èn/of een inkomen uit arbeid, welk inkomen voor ieder bedoeld inwonend kind in totaal lager is dan de bijstandsnorm zoals genoemd in artikel 21 onder a WWB, niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 11.. Voor de toepassing van dit artikel wordt de verzorgingsbehoevende die door belanghebbende wordt verzorgd niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel