Het recht van amendement is neergelegd in artikel 147b van de Gemeentewet. Dit artikel verplicht de raad nadere regels te stellen. Deze nadere regels staan dit artikel. Op basis van artikel 147b van de Gemeentewet is de raad verplicht een amendement te behandelen.
Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college of op initiatiefvoorstellen indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit voor een ander raadslid aanleiding zijn op dit amendement nog weer een wijziging voor te stellen, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is.
Het indienen van (sub)amendementen geschiedt bij voorkeur in de eerste termijn van de beraadslagingen van het voorstel waar het amendement betrekking op heeft. Dit om de andere raadsfracties gelijk in de gelegenheid te stellen om te reageren op het ingediende (sub)amendement. De beraadslagingen over het (sub)amendement geschiedt dan ook gelijktijdig met de beraadslagingen over het voorstel waar het betrekking op heeft. In de praktijk zal na afloop van een debattafel reeds duidelijk zijn of één of meerdere fracties voornemens zijn een amendement in te dienen. Als de raadsvoorzitter van dit voornemen op de hoogte is, zal hij in de praktijk bij de bespreking van het voorstel waar het amendement betrekking op heeft als eerste het woord geven aan de fractie(s) die van plan is(zijn) een amendement in te dienen.
Het is praktisch dat een raadslid aanwezig is voor de behandeling van zijn (sub)amendement. Dit omdat doorgaans een (sub)amendement toegelicht wordt door de indiener. Daarom is bepaald dat er alleen wordt beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die de presentielijst getekend hebben.
Paragraaf 4
Artikel 36
Amendementen en subamendementen
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Duiven 2017