In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daarom zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht. Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequenties trekken.
Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt dat deze gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp waarop de motie betrekking heeft plaatsvindt. Om andere raadsfracties in de gelegenheid te stellen te reageren op de motie, geschiedt indiening van de motie dan ook bij voorkeur in de eerste termijn. In de praktijk zal na afloop van een debattafel reeds duidelijk zijn of één of meerdere fracties voornemens zijn een motie in te dienen. Als de raadsvoorzitter van dit voornemen op de hoogte is, zal hij in de praktijk bij de bespreking van het voorstel waar de motie betrekking op heeft als eerste het woord geven aan de fractie(s) die van plan is(zijn) een motie in te dienen.
Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke moties benaderen de in artikel 38 geregelde initiatiefvoorstellen. Bij voorkeur worden deze moties allereerst (via de Agendacommissie) aan een ronde- of debattafel behandeld. Dit kan het draagvlak bij de overige raadsfracties vergroten en men kan van het college vernemen of en hoe uitvoering vormgegeven kan worden.
In de Gemeentewet wordt één specifieke motie uitgewerkt. Dit betreft de motie van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Het is een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Indien hij zelf niet opstapt, dient de raad actie te ondernemen.
Paragraaf 4
Artikel 37
Moties
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Duiven 2017