1.1. Aanleiding “waarom kruimelbeleid”
Door de verschillende ruimtelijke deelgebieden is de gemeente Lingewaard een gemeente met een veelzijdig karakter. Om deze waarden te behouden is het belangrijk duidelijke kaders te hebben waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Door het actueel maken en houden van bestemmingsplannen wordt hieraan een belangrijke bijdrage geleverd. Met uitzondering van het buitendijks gebied heeft de gemeente Lingewaard de beschikking over actuele bestemmingsplannen.
Het actueel zijn van de bestemmingsplan betekent niet dat er geen ontheffingen meer worden verleend op basis van artikel 4 bijlage II Bor; de zogenaamde kruimellijst. In tegendeel. Bij de actualisatie van de kommen is uitgegaan van het vastleggen van de bestaande situatie. In de regels van deze bestemmingsplannen zijn de planologische mogelijkheden al verruimd. Voor het merendeel van de percelen in Lingewaard bieden de huidige en toekomstige planologische regels voldoende ruimte. Voor m.n. hoekpercelen biedt artikel 4 bijlage II Bor een uitkomst voor het leveren van maatwerk. Voorwaarde hierbij is dat bij medewerking het besluit voldoende gemotiveerd dient te zijn.
Het hier bedoelde kruimelbeleid heeft betrekking op aanvragen die volgens onderstaand schema in aanmerking komen voor toetsing aan dit (kruimel)beleid.
Het actueel zijn van de bestemmingsplan betekent niet dat er geen ontheffingen meer worden verleend op basis van artikel 4 bijlage II Bor; de zogenaamde kruimellijst. In tegendeel. Bij de actualisatie van de kommen is uitgegaan van het vastleggen van de bestaande situatie. In de regels van deze bestemmingsplannen zijn de planologische mogelijkheden al verruimd. Voor het merendeel van de percelen in Lingewaard bieden de huidige en toekomstige planologische regels voldoende ruimte. Voor m.n. hoekpercelen biedt artikel 4 bijlage II Bor een uitkomst voor het leveren van maatwerk. Voorwaarde hierbij is dat bij medewerking het besluit voldoende gemotiveerd dient te zijn.
Het hier bedoelde kruimelbeleid heeft betrekking op aanvragen die volgens onderstaand schema in aanmerking komen voor toetsing aan dit (kruimel)beleid.
1.2 DOEL
Het doel van dit beleid is om meer duidelijkheid te geven over de toepassing van het kruimelbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen en de uniformiteit bij deze toepassing te waarborgen.
De beleidsregels gaan in op de zogenaamde kruimelgevallen, waarvoor burgemeester en wethouders met toepassing van artikel 2.12 lid 1 onder a, onder 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning kunnen verlenen. Deze beleidsregels geven een verdere uitwerking van de in artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) gegeven mogelijkheden. Het volledige artikel is opgenomen in Bijlage I bij deze beleidsregels.
1.3 BELEID
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd dit beleid vast te stellen.
Aanvullend geldt dat:
Burgemeester en wethouders volgens deze beleidsregels moeten handelen;
Het voldoen aan de beleidsregels niet garandeert dat een omgevingsvergunning wordt verleend, omdat:
in bijzondere omstandigheden, als de gevolgen voor een belanghebbende onevenredig zijn in vergelijking met het doel van de beleidsregel, burgemeester en wethouders hiervan mogen afwijken (zie artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Deze afwijking van de beleidsregels is slechts bij uitzonderling mogelijk en moet goed gemotiveerd worden.
artikel 4:48 Awb het mogelijk maakt dat bij deze beleidsregel zelf wordt voorzien in een afwijkingsmogelijkeheid, bijvoorbeeld in de vorm van een “hardheidsclausule”, op grond waarvan in specifieke gevallen van het beleid kan worden afgeweken. In de hierna opgenomen beleidsregels is een dergelijke hardheidsclausule toegevoegd.
1.4 INHOUD PLANOLOGISCH AFWIJKINGENBELEID.
Deze beleidsnota bestaat uit twee hoofdstukken. Hoofdstuk 1 vormt de inleiding. In hoofdstuk 2 zijn de voorwaarden geformuleerd waaraan de aanvraag omgevingsvergunning dient te voldoen. Deze voorwaarden zijn opgedeeld in algemene en specifieke regels. In onderdeel I zijn de algemene regels geformuleerd. In onderdeel II zijn voor iedere afzonderlijke afwijkingsbevoegdheid specifieke regels geformuleerd.