Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2

Toezichtstrategie

Onderdeel van Integrale uitvoeringsnotitie Handhaving 2017 gemeente Schiedam

In de toezichtstrategie wordt besproken hoe de gemeente als bevoegd gezag het toezicht uitoefent. Onder toezicht wordt hier verstaan: de werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om na te gaan of voorschriften worden nageleefd. Algemeen De wijze waarop het toezicht wordt uitgevoerd hangt af van de prioriteit die aan een handhavingstaak is toegekend. In onderstaande tabel staat weergegeven hoe het toezicht op de prioriteiten doorgaans plaatsvindt. Prioriteit Mate van toezicht Toelichting Hoog/heel hoog Pro-actief - Het toezicht op naleving van de regels vindt pro-actief plaats op basis van een vaste controlefrequentie. Verder wordt actief gezocht naar overtredingen door het uitvoeren van surveillances en gerichte controles; - Afhandelen van signalen krijgt voorrang op andere werkzaamheden. Gemiddeld Actief of passief - Het toezicht vindt minder intensief en vooral steekproefsgewijs plaats door gebiedsgerichte controles of door surveillances. - planmatig toezicht. Laag Passief - In beginsel wordt alleen naar aanleiding van meldingen of handhavingverzoeken toegezien op naleving van de regels. Met de beschrijving van de toezichtstrategie wordt inzicht gegeven in de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken. Het toezicht vindt plaats op basis van gestelde prioriteiten en doelen, nadat er een risicoanalyse is uitgevoerd. De volgorde in prioriteit is leidend voor de frequentie en de diepgang van het toezicht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in aanbod gestuurd toezicht en periodiek toezicht. Dat wil zeggen: toezicht naar aanleiding van verleende vergunningen en toestemmingen en programmatisch toezicht. Voorop staat dat op alle prioriteiten gehandhaafd wordt. De intensiteit van de handhaving is echter verschillend. Hoe hoger de prioriteit hoe actiever er gehandhaafd wordt. Integraal toezicht Om efficiënt te handhaven en de controlelast voor burgers en bedrijven zo laag mogelijk te houden is het streven om zo veel mogelijk integraal toezicht uit te oefenen. Controles met interne handhavingspartners en met andere handhavingsinstanties worden zoveel mogelijk gecombineerd, zodat tijdens één controlemoment zoveel mogelijk verschillende aspecten worden gecontroleerd. Zo wordt voorkomen dat een burger of bedrijf een paar keer een controle krijgt van achtereenvolgens verschillende handhavers binnen de gemeente of van andere handhavingsinstanties. Integraal toezicht kan verschillende vormen aannemen, waarbij de geschikte vorm afhankelijk is van de complexiteit en de context van de activiteit waarop toezicht wordt gehouden. Niet elke taak leent zich voor een volledig integrale aanpak waarbij één toezichthouder op alle aspecten controleert. De gemeente hanteert een integraal toezichtsmodel waarin onderscheid wordt gemaakt in vier vormen van toezicht, afhankelijk van de complexiteit van de toezichtstaak. Controleren met elkaar: vanuit de betrokken taakvelden wordt gezamenlijk een integrale controle uitgevoerd. Deze vorm is toepasbaar in situaties die complexer zijn of een hoge bestuurlijke prioriteit hebben. Controleren na elkaar: verschillende toezichthouders voeren een controle na elkaar uit. Aangezien deze controles plaatsvinden over een relatief langere periode heeft deze aanpak een sterk preventieve werking. Controleren voor elkaar: er wordt een integrale controle uitgevoerd voor de betrokken taakvelden door één toezichthouder. Deze vorm wordt vooral gebruikt in situaties die worden gekenmerkt door een geringe complexiteit. Signaleren voor elkaar: er wordt een controle uitgevoerd door één toezichthouder. Deze toezichthouder neemt tijdens de controle (binnen het model controleren na elkaar) aspecten van de andere taakvelden mee. Indien hij waarneemt dat er op het gebied van de andere taakvelden iets mis is, seint hij zijn “collega(‘s)” in. Figuur 3

Rechtspraak bij dit artikel