Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5a.

Subsidiabele activiteiten en verdeelregels Basis ontmoetingsplek –

Onderdeel van Subsidieregeling Algemene Voorzieningen Wmo en Jeugd 2018

Ontmoeting en dagbesteding (niet arbeidsmatig) Het college kan, via een penvoeder, subsidie verlenen aan een samenwerkingsverband van organisaties dat in een stadsdeel voorziet in een Basis ontmoetingsplek. Een basis ontmoetingsplek voldoet aan de volgende eisen: Er wordt een openstelling gerealiseerd van 49-52 weken per jaar, 40 uur per week, verspreid over 6-7 dagen. Voor de dorpen kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Het programma bestaat overwegend uit activiteiten gericht op ondersteuning en activiteiten gericht op gezondheid, weerbaarheid en het ontwikkelen van vaardigheden waarbij er minimaal 3 maal per week gelegenheid is om samen te eten; dagelijks gelegenheid is om informatie- en adviesvragen te stellen, waaronder minimaal 1 keer per week een formulieren/sociaal juridisch spreekuur, waarbij geborgd is dat er sociaal juridische kennis aanwezig is. De activiteiten zijn verbonden met minimaal 16 uur aan activiteiten van dagbesteding. Voor deze dagbesteding geldt: dat een inwoner in aanmerking komt wanneer hij niet of beperkt zelfredzaam is om dag invulling vorm te geven. Ook hulp van de eigen leefomgeving of vanuit een andere algemene voorziening kan hierin niet (volledig) voorzien; het uitgangspunt gemiddeld 1 op 10 is, als het gaat om het aantal professionals in verhouding tot het aantal bezoekers. Het programma is aangevuld met activiteiten gericht op samenzijn. Hierbij wordt de norm gehanteerd dat 1 uur professionele inzet leidt tot 4 uur aan activiteiten. Er sprake is van ervaring, deskundigheid en een programmering voor alle doelgroepen. Mogelijkheden tot participatie aan mensen met een uitkering, scholieren en studenten (stage) wordt geboden. Buurtbetrokkenheid en inwonersinitiatieven worden gestimuleerd en gefaciliteerd. Een basis ontmoetingsplek, alleen bedoeld voor jeugdigen, gericht op het vergroten van de ontwikkelkansen van jeugdigen en het bevorderen van de leefbaarheid, voldoet aan de volgende eisen: Er wordt een openstelling gerealiseerd van minimaal 40 weken per jaar waarvan minimaal 1 dagdeel per week in het weekend. Het programma bestaat overwegend uit activiteiten gericht op: ondersteuning; gezondheid, weerbaarheid en het ontwikkelen van vaardigheden op het gebied van sociaal functioneren; het stimuleren van initiatieven voor en door jeugdigen. Het programma wordt eventueel aangevuld met activiteiten gericht op samenzijn. Hierbij wordt de norm gehanteerd dat 1 uur professionele inzet leidt tot 4 uur activiteiten. Mogelijkheden tot participatie aan mensen met een uitkering, scholieren en studenten (stage) wordt geboden. Buurtbetrokkenheid en inwonersinitiatieven worden gestimuleerd en gefaciliteerd. Indien toewijzing van alle aanvragen die voldoen aan de eisen van deze regeling leidt tot een overschrijding van het subsidieplafond voor dat stadsdeel of tot een onvoldoende dekkende en evenwichtige spreiding van basis ontmoetingsplekken in het stadsdeel, rangschikt het college de aanvragen per stadsdeel aan de hand van de navolgende criteria en wegingsfactoren: De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het aanbod van activiteiten aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen en op het reeds beschikbare aanbod (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van een aantoonbare ontwikkeling in de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van het, waar mogelijk, mengen van (doel)groepen vanuit de inclusie gedachte (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van samenwerking met andere sociale partners, met Centra voor Jeugd en Gezin, met Sociale Wijk Teams/Centra voor Maatschappelijk Ondersteuning en met vrijwilligers en mantelzorgondersteuners (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van een reële bezettingsgraad (aantal bezoekers per activiteit)(wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van een herkenbare en toegankelijke voorziening (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van een goede prijs/kwaliteit verhouding (wegingsfactor 2); De mate waarin stopzetting van de activiteiten zou leiden tot vernietiging van maatschappelijk kapitaal (wegingsfactor 1). Voor de basis ontmoetingsplekken, niet zijnde voor de doelgroep jeugdigen, gelden tevens de volgende beoordelingscriteria: De mate waarin sprake is van het effectief in samenhang aanbieden van ontmoetings- en dagbestedingsactiviteiten (wegingsfactor 2); De mate waarin wordt ingezet op vaste professionals, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers (wegingsfactor 1). Per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0:onvoldoende, 1:matig, 2:voldoende, 3:goed, 4:uitstekend. De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking. Indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met de meest behaalde punten op het criterium met de zwaarste wegingsfactor aangemerkt als de hoogste in rangorde. Indien de totaalscore lager is dan 55 procent van de maximaal mogelijk te behalen totaalscore kan de aanvraag worden geweigerd. De aanvraag kan worden geweigerd wanneer er niet minstens een voldoende behaald wordt op een van de beoordelingscriteria met wegingsfactor 3. Indien de rangorde in relatie tot het subsidieplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvragen geen dekkende en evenwichtige spreiding van de basis ontmoetingsplekken per stadsdeel gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding van de betreffende functie.

Rechtspraak bij dit artikel