gekoppeld aan een basis ontmoetingsplek
Het college kan subsidie verlenen aan een organisatie (indien deze als enige dagbesteding biedt op de betreffende locatie) of aan een samenwerkingsverband van organisaties (via een penvoerder) voor activiteiten van dagbesteding die niet zijn gekoppeld aan een basis ontmoetingsplek indien:
aantoonbaar blijkt dat aard en omvang van het programma aansluit op de doelstellingen van de algemene voorzieningen en de behoefte van de doelgroep en
aantoonbaar blijkt dat de dagbesteding gekoppeld aan een basis ontmoetingsplek onvoldoende voorziet in de behoefte in een stadsdeel en
de aanvrager in vorige jaren ten aanzien van dagbesteding cliënten met een maatwerkindicatie heeft omgezet naar de algemene voorziening en subsidie heeft ontvangen vanuit de subsidieregeling Algemene Voorzieningen Wmo en Jeugd 2016 en
een inwoner niet of beperkt zelfredzaam is om daginvulling vorm te geven. Ook hulp van de eigen leefomgeving of vanuit een andere algemene voorziening kan hierin niet (volledig) voorzien en
er sprake is van een aantoonbaar voldoende bezettingsgraad van cliënten voor de betreffende dagbestedingsactiviteiten. Het uitgangspunt is een ratio van gemiddeld 1 op 10 als het gaat om het aantal professionals in verhouding tot het aantal bezoekers.
Indien toewijzing van alle aanvragen die voldoen aan deze regeling leidt tot een
overschrijding van het subsidieplafond kan worden besloten de subsidieaanvragen
niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige
spreiding van deze functie. Dit wordt beoordeeld in samenhang met de toewijzing op
artikel 5a.
3.De aanvraag wordt afgewezen indien sprake is van toekenning voor dezelfde activiteiten op basis van artikel 5a.
Hoofdstuk
Artikel 5b.
Subsidiabele activiteiten en verdeelregels Dagbesteding niet
Onderdeel van Subsidieregeling Algemene Voorzieningen Wmo en Jeugd 2018