dagbesteding
Het college kan, via een penvoeder, voor de ketens Catering, Techniek, Groen en Facilitair subsidie verlenen aan samenwerkende organisaties in de betreffende keten van Arbeidsmatige dagbesteding. De activiteiten van de arbeidsmatige dagbesteding dienen zich te richten op het aanleren van vaardigheden en het ontdekken van talenten die bijdragen aan het vergroten van mogelijkheden tot participatie/betaald werk.
De subsidieaanvraag omvat:
Een gezamenlijke visie op de wijze waarin invulling wordt gegeven aan de arbeidsmatige dagbesteding;
Een beschrijving van de effecten en de concretisering hiervan in resultaten en indicatoren en de monitoring hiervan;
Een toelichting op de inhoudelijke bijdrage die iedere afzonderlijke samenwerkingspartner levert;
Een toelichting op het totaal aangevraagde subsidiebedrag en het bedrag per samenwerkingspartner (d.m.v. een activiteitenbegroting).
Indien toewijzing van alle aanvragen die voldoen aan deze regeling leidt tot een overschrijding van het subsidieplafond, rangschikt het college de aanvragen aan de hand van de navolgende criteria en wegingsfactoren:
De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het aanbod van activiteiten aansluit op de behoeften van diverse doelgroepen en op het reeds beschikbare aanbod (wegingsfactor 3);
De mate waarin sprake is van een aantoonbare ontwikkeling in de zelfredzaamheid en de participatie van de inwoner (wegingsfactor 3);
De mate waarin in de aanvraag sprake is van een effectieve ondersteuningsmethodiek (inclusief erkend systeem van monitoring INVRA) van instroom-doorstroom-uitstroom, zodat capaciteiten (vakvaardigheden en competenties) van de inwoners zo goed mogelijk ontwikkeld en benut worden (wegingsfactor 2);
De mate waarin sprake is van het, waar mogelijk, mengen van (doel)groepen vanuit de inclusiegedachte (wegingsfactor 2);
De mate waarin sprake is van het actief leggen van verbindingen met o.a. onderwijs en andere relevante partners om nieuwe instroom, doorontwikkelingsmogelijkheden en uitstroom te creëren (wegingsfactor 2;
De mate waarin sprake is van samenwerking met de andere ketens van arbeidsmatige dagbesteding (wegingsfactor 2);
De mate waarin sprake is van een goede prijs/kwaliteit verhouding (wegingsfactor 2);
De mate waarin sprake is van innovatie (o.a. inverdienen/ondernemerschap) van het bestaande aanbod (wegingsfactor 1);
De mate waarin stopzetting van de activiteiten zou leiden tot vernietiging van maatschappelijk kapitaal (wegingsfactor 1).
Per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0:onvoldoende,
1:matig, 2:voldoende, 3:goed, 4:uitstekend. De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking.
Indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met de meest behaalde punten op het criterium met de zwaarste wegingsfactor aangemerkt als de hoogste in rangorde. Indien de totaalscore lager is dan 55 procent van de maximaal mogelijk te behalen totaalscore kan de aanvraag worden geweigerd. De aanvraag kan worden geweigerd wanneer niet minstens een voldoende behaald wordt op een van de beoordelingscriteria met wegingsfactor 3.
Indien de rangorde in relatie tot het subsidieplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvragen geen dekkende en evenwichtige spreiding van de functie gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding van de betreffende functie.
Hoofdstuk
Artikel 6.
Subsidiabele activiteiten en verdeelregels Arbeidsmatige
Onderdeel van Subsidieregeling Algemene Voorzieningen Wmo en Jeugd 2018