Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8.

Subsidiabele activiteiten en verdeelregels Maatschappelijke opvang

Onderdeel van Subsidieregeling Algemene Voorzieningen Wmo en Jeugd 2018

Het college kan subsidie verlenen voor activiteiten specifiek bestemd voor de doelgroep Maatschappelijke Opvang. De doelstelling is het voorkomen van verslaving en dak- en thuisloosheid en specifieke ondersteuning van de doelgroep Maatschappelijke Opvang (MO) zodat deze zo volwaardig en zelfredzaam mogelijk mee kunnen doen in de samenleving met een zo optimaal mogelijke kwaliteit van leven. De drie type activiteiten die hiertoe gesubsidieerd worden zijn: Preventieactiviteiten voor verslavingsproblematiek; Inloop ten behoeve van de doelgroep; Tijdelijke opvang van dak- en thuisloze jongeren (TOJ). Indien toewijzing van alle aanvragen die voldoen aan deze regeling leidt tot een overschrijding van het subsidieplafond, rangschikt het college de aanvragen aan de hand van de navolgende criteria en wegingsfactoren. Voor alle drie type activiteiten gelden de volgende criteria en wegingsfactoren: De mate waarin in de aanvraag aannemelijk is gemaakt dat het aanbod aansluit op de behoeften van de diverse doelgroepen en op het reeds beschikbare aanbod (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van een aantoonbare ontwikkeling in de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner (wegingsfactor 3); De mate waarin de activiteit(en) zoveel mogelijk door of met behulp van vrijwilligers en ervaringsdeskundigen wordt vormgegeven (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van een goede prijs/kwaliteit verhouding (wegingsfactor 2); De mate waarin wordt ingezet op vaste professionals en vrijwilligers (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van (het meten van de) tevredenheid bij deelnemers (wegingsfactor 2). Voor de inloop ten behoeve van de doelgroep MO gelden aanvullend als criteria en wegingsfactoren: g.De mate waarin sprake is van samenwerking met de basis ontmoetingsplekken in het stadsdeel, Centra voor Jeugd en Gezin, met Sociale Wijk Teams/Centra voor Maatschappelijk Ondersteuning en andere partners op het gebied van maatschappelijke opvang (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van een reële bezettingsgraad (het aantal bezoekers per activiteit) (wegingsfactor 1); De waarin sprake is van een herkenbare en toegankelijke voorziening (wegingsfactor 1). Voor de tijdelijke opvang van dak- en thuisloze jongeren gelden aanvullend als criteria en wegingsfactoren: De mate waarin herstelgericht wordt gewerkt (wegingsfactor 3); De mate waarin sprake is van samenwerking met de basis ontmoetingsplekken in het stadsdeel, met JIP en het outreachend team jongeren, met Centra voor Jeugd en Gezin, met Sociale Wijk Teams/Centra voor Maatschappelijk Ondersteuning en met vrijwilligers (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van een zinvolle daginvulling/dagstructuur (wegingsfactor 2); De mate waarin sprake is van een reële doorstroom, uitstroom en doorlooptijd (wegingsfactor 1). Per criterium kunnen 0-4 punten worden gehaald, waarbij geldt: 0:onvoldoende, 1:matig, 2:voldoende, 3:goed, 4:uitstekend. De aanvragen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking. Indien er een gelijke totaalscore ontstaat, wordt van deze subsidieaanvragen de subsidieaanvraag met de meest behaalde punten op het criterium met de zwaarste wegingsfactor aangemerkt als de hoogste in rangorde. Indien de totaalscore lager is dan 55 procent van de maximaal mogelijk te behalen totaalscore kan de aanvraag worden geweigerd. De aanvraag kan worden geweigerd wanneer niet minstens een voldoende behaald wordt op een van de beoordelingscriteria met wegingsfactor 3. Indien de rangorde in relatie tot het subsidieplafond uitwijst dat door toekenning van de subsidieaanvragen geen dekkende en evenwichtige spreiding van de functie gerealiseerd kan worden, kan worden besloten de subsidieaanvragen niet of deels te honoreren tot er sprake is van een dekkende en evenwichtige spreiding van de betreffende functie.

Rechtspraak bij dit artikel