Kortdurend Verblijf omvat logeren in een instelling gedurende maximaal drie etmalen per week, gepaard gaande met persoonlijke verzorging, verpleging of begeleiding voor een persoon met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, indien de persoon aangewezen is op permanent toezicht.
Op kortdurend verblijf bestaat slechts aanspraak indien ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de persoon levert, noodzakelijk is
Het zwaartepunt van de zorg ligt bij kortdurend verblijf vooral op logeren met als doel het overnemen van het permanente toezicht van de gebruikelijke zorger of mantelzorger. Het verblijf is hier dus te karakteriseren als logeren ter aanvulling op het wonen in de thuissituatie en niet als wonen in een instelling voor het grootste deel van de week.
De gemeente is verantwoordelijk voor de componenten verblijf, begeleiding en persoonlijke verzorging. En dan alleen PV handen op de rug.
Indicatiecriteria
Om in aanmerking te komen voor de functie Kortdurend Verblijf moet worden voldaan aan alle hieronder genoemde voorwaarden:
dat de persoon een Somatische, Psychogeriatrische of Psychiatrische aandoening of beperking, of een Verstandelijke, Lichamelijke of Zintuiglijke handicap heeft;
dat de persoon gezien de zorgbehoefte is aangewezen op zorg gepaard gaand met permanent toezicht;
dat de persoon hierop gedurende maximaal drie etmalen is aangewezen;
en dat ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de persoon levert, noodzakelijk is.
Permanent toezicht
De afwegingen bij het bepalen of de persoon is aangewezen op zorg die noodzakelijkerwijs gepaard gaat met het leefklimaat permanent toezicht zijn als volgt:
Op regelmatige en onregelmatige momenten, zodat de zorgverlening goed kan inspelen op de(frequent voorkomende) al dan niet geëxpliciteerde zorgvraag.
Die geboden wordt op basis van actieve observatie, die als doel heeft dreigende ontsporing in het gedrag of de gezondheidssituatie vroegtijdig te signaleren, waardoor tijdig ingegrepen kan worden en escalatie van onveilige/gevaarlijke/ (levens)bedreigende gezondheids- en/of gedragssituaties voor de persoon kan worden voorkomen.
Permanent toezicht omvat altijd boven gebruikelijk toezicht. Het is toezicht waarop de persoon op basis van aandoeningen, stoornissen en beperkingen noodzakelijkerwijs is aangewezen op regelmatige en onregelmatige momenten en die geboden wordt op basis van actieve observatie.
Permanent toezicht kan verschillende aangrijpingspunten hebben en verschillen in intensiteit. Afhankelijk daarvan kan de toezichtfunctie op verschillende manieren vorm krijgen. Het toezicht kan gericht zijn op:
het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte; en/of
het verlenen van zorg op ongeregelde en/of frequente tijden, omdat de persoon zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen; en/of
het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar).
Ad 1
Het gaat hier vooral om personen met een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een lichamelijke handicap. Actieve observatie van de hulpverlener is noodzakelijk om tijdig zorg te kunnen bieden. Als er zorg geboden moet worden, moet dat ook direct gebeuren. Voorbeelden zijn ouderen met dementie die willen opstaan en vergeten zijn dat ze niet meer mobiel zijn, mensen met niet goed instelbare epilepsie met een risico
op een status epilepticus, een persoon met ernstige hart- en/of longaandoeningen waarbij zuurstoftekort dreigt, en mensen met ernstige slikstoornissen en verslikrisico.
Ad 2
Het gaat hier bijvoorbeeld om personen met regieverlies (VG, PG, Psy) die niet zelf om hulp of zorg vragen. Er is continu zorg nodig waarbij de hulpverlener actief moet observeren. Voorbeelden: continu sturing en structuurbieden om dagelijks voorkomende en door de persoon niet goed begrepen situaties uit te leggen/te verduidelijken zodat de persoon hiermee kan omgaan, of continu sturing en structuur bieden om problemen op te lossen. Er zijn dan zowel beperkingen in de sociale redzaamheid als stoornissen in de psychosociale functies (geheugen en denken, concentratie, perceptie van de omgeving en motivatie) of angststoornissen. Het kan ook gaan om personen die vanwege hun lichamelijke handicap zware fysieke beperkingen hebben die niet met hulpmiddelen te compenseren zijn. Zij hebben frequente hulp en begeleiding nodig bij het uitvoeren van allerlei dagelijkse activiteiten en zijn zelf niet (meer) in staat om hulp te roepen.
Ad 3
Het gaat hier om personen met gedragsproblemen, waarbij het ook kan gaan om zogenaamd internaliserend (naar binnen gericht) probleemgedrag. Dit kan voortkomen uit een psychiatrische of psychogeriatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, waarbij actieve observatie noodzakelijk is om tijdig te kunnen ingrijpen. Een ander voorbeeld: een persoon die zich onvoldoende kan uiten/verstaanbaar maken (communicatienood) en daardoor probleemgedrag zal gaan vertonen (woede uitbarstingen, frustratie) als er niet steeds hulp bij de communicatie geboden wordt.
Bij kinderen is er een noodzaak tot actieve observatie met betrekking tot gedrag, als ouders steeds alert moeten zijn op signalen die kunnen duiden op het ontstaan van gedragsproblemen. Tijdig ingrijpen is nodig om escalatie te voorkomen.
Weging
De weging vindt plaats op basis van het trechtermodel, zoals beschreven in bijlage 1.
Wanneer er is bepaald dat de persoon is aangewezen op ondersteuning en er uit het onderzoek is vast komen te staan dat er sprake is van het leefklimaat permanent toezicht, volgt de weging:
Wanneer het de wens van de persoon is en zijn mantelzorger(s) is om thuis te blijven wonen, wordt in stap 3 van het indicatieonderzoek het compenserend vermogen van de mantelzorg onderzocht.
Wanneer de mantelzorg in staat en vrijwillig bereid is om het leefklimaat permanent toezicht ten minste vier etmalen per week te bieden én wanneer de mantelzorg ondersteuning wenst door de persoon te laten logeren in een instelling, kan er voor maximaal drie etmalen per week een indicatie voor Kortdurend Verblijf worden gevraagd.
Wanneer er sprake is van een wettelijk voorliggende voorziening (bijvoorbeeld bij aanspraak op een indicatie beschermd wonen of intramuraal) dient de persoon hier een beroep op te doen. Een aanvullende verzekering valt niet onder de Zorgverzekeringswet en is hiermee ook geen wettelijk voorliggende voorziening. Het staat mensen vrij zich aanvullend te verzekeren of niet. Als mensen deze verzekering hebben dan heeft dit een algemeen gebruikelijk karakter. De inhoud van deze verzekering en het gebruik hiervan door een persoon, kan van invloed zijn op de soort en omvang van de indicatie. Een voorbeeld van een aanvullende verzekering is mantelzorgvervanging, bijvoorbeeld Handen-in-Huis.
Algemeen gebruikelijke voorziening; Niet bij wet gecreëerde voorzieningen om in de zorgbehoefte te zijn voor Kortdurend Verblijf bijvoorbeeld:
alarmering;
vrijwilligers;
cliëntondersteuning door MEE, bijvoorbeeld het geven van tips en adviezen over het zo zelfstandig mogelijk inrichten van het dagelijks leven;
aanvullende verzekering op de Zvw;
mantelzorgondersteuning (bijvoorbeeld vanuit de gemeente).
Deze voorzieningen gaan voor op Wmo-zorg als ze beschikbaar zijn en in redelijkheid een oplossing bieden voor de zorgbehoefte van een persoon. Van personen die daartoe in staat zijn, wordt ook actie en initiatief verwacht om hun netwerk in te schakelen en zo te voorzien in hun vraag naar zorg en dienstverlening.
Gebruikelijke zorg, voor zover het gebruikelijk is dat partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten elkaar bepaalde zorg bieden, is de persoon niet aangewezen op ondersteuning vanuit de Wmo.
Van mantelzorg is er sprake is van langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, waarbij er sprake is dat het de gebruikelijke zorg overstijgt. Mantelzorg is op basis van vrijwilligheid.
Het gaat bij mantelzorg om niet-verplichte zorg. Als de mantelzorger aangeeft de boven gebruikelijke zorg niet (meer) vrijwillig te willen leveren, zou er aanspraak op zijn op professionele ondersteuning.
Een persoon die is aangewezen op zorg met het leefklimaat permanent toezicht komt in aanmerking voor een indicatie voor Verblijf (voorheen onder de AWBZ en vanaf 2015 waarschijnlijk op grond van de wet Langdurige Zorg). Als het de wens is van partner/ouders, in- of uitwonende kinderen, huisgenoten of andere mantelzorgers om dit permanente toezicht vrijwillig op zich te nemen in de thuissituatie, wordt geen indicatie voor Verblijf in de vorm van een ZZP afgegeven als de persoon hiermee instemt. Om de mantelzorger te kunnen ondersteunen (‘ontlasten’) bij dit vrijwillig op zich genomen permanent toezicht, kan voor maximaal drie dagen per week Kortdurend Verblijf geïndiceerd worden.
Omvang
De omvang van de functie Kortdurend Verblijf wordt vastgesteld in etmalen per week, en wordt als volgt bepaald:
een etmaal per week
twee etmalen per week
drie etmalen per week
De Wmo-consulent bepaalt het (gemiddelde) aantal etmalen voor zorg met de functie Kortdurend Verblijf aan de hand van het aantal etmalen dat de mantelzorger moet worden ontlast.
Kortdurend Verblijf is geen integraal pakket. De Persoonlijke Verzorging, Verpleging en/of Begeleiding die noodzakelijk is tijdens het Kortdurend Verblijf moet worden aangevraagd bij het CIZ dan wel bij de gemeente.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.6
Kortdurend verblijf
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning 2016