Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Kwijtschelding van overige vorderingen

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW EN IOAZ 2017 (Debiteurenbeleid 2017)

1.. Het restant van een vordering wordt op verzoek van een debiteur met ingang van de maand volgend op die van zijn verzoek kwijtgescholden, als hij gedurende 36 maanden volledig aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. 2.. De vordering kan geheel of gedeeltelijk kwijtgescholden worden als de debiteur gedurende 36 maanden niet of niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en ook niet aannemelijk is dat hij op enig moment aan zijn betalingsverplichtingen zal voldoen. 3.. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, wordt de vordering niet kwijtgescholden als de debiteur kan beschikken over vermogen dat redelijkerwijze te gelde kan worden gemaakt of als de debiteur binnen een redelijke termijn redelijkerwijze over vermogen kan gaan beschikken. 4.. Bij toepassing van het bepaalde in het eerste en tweede lid, worden perioden van verblijf in detentie of buitenland waarin de debiteur niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, niet meegeteld bij het bepalen van de 36-maandentermijn.

Rechtspraak bij dit artikel