Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Kwijtschelding van fraudevorderingen

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW EN IOAZ 2017 (Debiteurenbeleid 2017)

1.. Het restant van een fraudevordering wordt op verzoek van een debiteur met ingang van de maand volgend op die van zijn verzoek kwijtgescholden, als de debiteur: gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of gedurende tien jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald. 2.. Een fraudevordering kan geheel of gedeeltelijk worden kwijtgescholden als de debiteur: op enig moment na tien jaar ten minste de helft van de rest-som in één keer aflost; of gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en het ook niet aannemelijk is dat hij op enig moment aan zijn betalingsverplichtingen zal voldoen. 3.. Bij toepassing van het bepaalde in het eerste en tweede lid, worden perioden van verblijf in detentie of buitenland waarin de debiteur niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, niet meegeteld bij het bepalen van de tien-jaartermijn.

Rechtspraak bij dit artikel