Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Aflossingsverplichting debiteuren met een uitkering

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW EN IOAZ 2017 (Debiteurenbeleid 2017)

1.. De aflossingsverplichting met betrekking tot inkomen bedraagt 10% van de van toepassing zijnde uitkeringsnorm per maand inclusief vakantiegeld. 2.. In afwijking van het eerste lid kan met een betalingsvoorstel van de debiteur worden ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 36 maanden in zijn geheel zal kunnen worden afgelost, de voorgestelde aflossing ten minste € 25,-- per maand bedraagt, en het betalingsvoorstel vervalt zodra de debiteur in surseance van betaling verkeert, op zijn inkomen en/of vermogen beslag wordt gelegd dan wel hij in staat van faillissement wordt verklaard. Het betalingsvoorstel wordt vervolgens als een aflossingsverplichting vastgelegd in een beschikking. 3.. De terugvordering wordt meteen na verzending van het terugvorderingsbesluit verrekend met de uitkering. 4.. Bij samenloop van een verplichting tot aflossing op een fraudevordering en een boete wordt eerst op de boete afgelost. 5.. Bij pseudo-verrekening of bij gelegd beslag wordt de volgorde in het vorige lid omgekeerd.

Rechtspraak bij dit artikel