5.1 Algemeen
Het is niet mogelijk een verleende omgevingsvergunning van rechtswege te laten vervallen. Aangezien de bevoegdheid tot het intrekken van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een discretionaire betreft, zal bij het intrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen altijd sprake moeten zijn van een belangenafweging. De werkwijze en procedures omtrent het intrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen spitsen zich toe op de gevallen waarin (niet) tijdig is begonnen met de bouw of dat wel is begonnen maar er sprake is van een vertraging gedurende een bepaalde periode (artikel 2.33, lid 2, aanhef, onder a, van de Wabo).
Vergunninghouder wordt bij vergunningverlening er altijd op gewezen dat als een onherroepelijke omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen na 26 weken niet gebruikt is of de als de bouwwerkzaamheden langer dan 26 weken stilliggen, het college op basis van artikel 2.33, lid 2, aanhef, onder a, van de Wabo, bevoegd is om de omgevingsvergunning in te trekken.
Overeenkomstig artikel 3.15 van de Wabo wordt voor de intrekking van de omgevingsvergunning dezelfde procedure gevolgd als de voorbereidingsprocedure waarmee de vergunning tot stand gekomen is.
5.2 Reguliere voorbereidingsprocedure
Hierbij krijgen belanghebbenden, voordat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt ingetrokken, de gelegenheid om hierover binnen 4 weken een zienswijze naar voren te brengen (conform artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht). Het college van burgemeester en wethouders neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de zienswijze een besluit over het al dan niet intrekken van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen conform de beleidsregels.
Het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt bekendgemaakt aan de vergunninghouder en eventueel aan derdebelanghebbenden. Tevens wordt het besluit gepubliceerd op de website van de gemeente (en eventueel in een huis-aan-huisblad).
5.3 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Hierbij wordt op grond van het bepaalde in Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht voordat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt ingetrokken het ontwerp van het te nemen besluit gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Voorafgaand aan deze ter inzage legging wordt een kennisgeving van het ontwerp-besluit gepubliceerd op de website van de gemeente (en eventueel in een huis-aan-huisblad). Belanghebbenden kunnen zowel schriftelijk als mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen. Indien er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht neemt het college van burgemeester en wethouders binnen 4 weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken het besluit. Indien er wel zienswijzen naar voren zijn gebracht neemt het college van burgemeester en wethouders het besluit uiterlijk 12 weken na de ter inzage legging (conform artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht). Het besluit tot intrekking van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt bekendgemaakt aan de vergunninghouder en eventueel aan derdebelanghebbenden. Tevens wordt het besluit gepubliceerd op de website van de gemeente (en eventueel in een huis-aan-huisblad).
5.4 Zienswijze
Indien geen zienswijze naar voren wordt gebracht binnen de daarvoor gestelde termijn, wordt overwogen om de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in te trekken. In het geval de vergunninghouder wel een zienswijze naar voren brengt over het voornemen tot intrekking, wordt, afhankelijk van de argumenten die worden aangevoerd inzake het niet (tijdig) uitvoeren van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, besloten of al dan niet tot intrekking wordt ingegaan. Redenen om (voorlopig) af te zien van het intrekken van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kunnen onder meer zijn:
nadere (contractuele) afspraken tussen vergunninghouder en gemeente over de aanvang van de bouwwerkzaamheden;
familiaire kwesties (overlijden, ziektes);
andere onvoorziene omstandigheden.
De genoemde punten dienen op een kenbare en aantoonbare wijze te worden onderbouwd. Het is aan het college van burgemeester en wethouders om dit te beoordelen en hier een standpunt over in te nemen.
Terughoudend dient te worden omgegaan met argumenten die samenhangen met (juridische conflicten) met een aannemer of andere financiële gevolgen.
Ingeval het college naar aanleiding van een zienswijze van vergunninghouder wenst af te zien van het intrekken van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, dan wordt aan vergunninghouder een termijn gegund waarbinnen alsnog overgegaan dient te worden tot het uitvoeren van de omgevingsvergunning. Per individueel geval wordt een redelijke termijn (van maximaal één jaar) gesteld waarbinnen met de bouwwerkzaamheden moet zijn aangevangen. Bij het laten verstrijken van deze termijn, kan zonder vooraanschrijving overgegaan worden tot het intrekken van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.
5.5 Hardheidsclausule
Er wordt volgens deze beleidsregels gehandeld tenzij dat voor één of meer belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.
Artikel 5.