In geval van een tussentijdse vacature in de ondernemingsraad wijst de ondernemingsraad tot opvolger van het betrokken lid aan de kandidaat die voor de betrokken kiesgroep blijkens de uitslag van de laatstgehouden verkiezing daarvoor als eerste in aanmerking komt.
De aanwijzing geschiedt binnen een maand na het ontstaan van de vacature. Artikel 14:1:1:13, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien er geen opvolger als bedoeld in het eerste lid aanwezig is, zal de OR een openbare oproep doen zodat personen zich verkiesbaar kunnen stellen. De OR beslist vervolgens bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, volgt er een tweede stemronde.
Indien niet voorzien wordt in een vacature ingevolge het eerste of derde lid, beslist de ondernemingsraad of er tussentijdse verkiezingen worden gehouden, dan wel dat niet wordt voorzien in de vacature.