Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6:1:1:4

Leeftijd- en functieniveauverlof

Onderdeel van CAR/UWO

Onverminderd hetgeen in de CAR-UWO is geregeld ten aanzien van het recht op verlof, wordt het aantal verlofuren zoals bedoeld in artikel 3:2 vermeerderd met 7,2 verlofuren als een medewerker is ingeschaald in schaal 10, trede 1 of hoger. Onverminderd het bepaalde in de CAR-UWO ten aanzien van het recht op verlof, wordt het aantal uren zoals bedoeld in artikel 3:2 vermeerderd met verlofuren op grond van leeftijd, conform onderstaande tabel: Leeftijd Extra verlofuren per jaar 20 jaar en 30 t/m 39 jaar 1 x 7,2 uur = 7,2 uur 19 jaar en 40 t/m 44 jaar 2 x 7,2 uur = 14,4 uur 18 jaar en jonger en 45 t/m 49 jaar 3 x 7,2 uur = 21,6 uur 50 t/m 54 jaar 4 x 7,2 uur = 28,8 uur 55 t/m 59 jaar 5 x 7,2 uur = 36 uur 60 jaar en ouder 6 x 7,2 uur = 43,2 uur Als maatstaf voor de bepaling van het aantal verlofuren op basis van schaalniveau, geldt de inschaling van de medewerker op 1 januari, of in geval van indiensttreding in de loop van het jaar, de inschaling op het moment van indiensttreding. Als maatstaf voor de bepaling van het leeftijdsverlof geldt de leeftijd van de medewerker die hij in de loop van het betreffende kalenderjaar bereikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel