Onverminderd hetgeen in de CAR-UWO is geregeld ten aanzien van het recht op verlof, wordt het aantal verlofuren zoals bedoeld in artikel 3:2 vermeerderd met 7,2 verlofuren als een medewerker is ingeschaald in schaal 10, trede 1 of hoger.
Onverminderd het bepaalde in de CAR-UWO ten aanzien van het recht op verlof, wordt het aantal uren zoals bedoeld in artikel 3:2 vermeerderd met verlofuren op grond van leeftijd, conform onderstaande tabel:
Leeftijd
Extra verlofuren per jaar
20 jaar en 30 t/m 39 jaar
1 x 7,2 uur = 7,2 uur
19 jaar en 40 t/m 44 jaar
2 x 7,2 uur = 14,4 uur
18 jaar en jonger en 45 t/m 49 jaar
3 x 7,2 uur = 21,6 uur
50 t/m 54 jaar
4 x 7,2 uur = 28,8 uur
55 t/m 59 jaar
5 x 7,2 uur = 36 uur
60 jaar en ouder
6 x 7,2 uur = 43,2 uur
Als maatstaf voor de bepaling van het aantal verlofuren op basis van schaalniveau, geldt de inschaling van de medewerker op 1 januari, of in geval van indiensttreding in de loop van het jaar, de inschaling op het moment van indiensttreding.
Als maatstaf voor de bepaling van het leeftijdsverlof geldt de leeftijd van de medewerker die hij in de loop van het betreffende kalenderjaar bereikt.