Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Waardoor wordt luchtverontreiniging veroorzaakt?

Onderdeel van Visie Luchtkwaliteitbeleid 2006

Schadelijke stoffen kunnen in de lucht worden gebracht door bronnen van natuurlijke oorsprong (bijvoorbeeld verwaaiing van bodemstof of zeezoutdeeltjes) of menselijke (antropogene) activiteiten. De antropogene bronnen betreffen: industrie; verkeer; bouw; scheepvaart; landbouw en intensieve veehouderij; huishoudens en bedrijven/kantoren (centrale verwarming, open haarden, allesbranders etc.). De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging in het stedelijke gebied zijn verkeer, industrie en huishoudens. Niet alle bronnen dragen in gelijke mate bij aan de uitstoot van NO2 en fijn stof. Het wegverkeer is in Nederland de belangrijkste bron van NO2. NO2 wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door snel rijdend verkeer. Dit is de reden waarom verhoogde NO2-concentraties meestal te vinden zijn langs snelwegen en hoofdverkeerswegen en dat snelheidsverlaging als maatregel wordt toegepast om de luchtkwaliteit te verbeteren. Daarnaast produceert het verkeer in stedelijk gebied veel fijn stof. In het bijzonder dieselverkeer zorgt voor een grote bijdrage (vooral vrachtwagens en bussen zonder roetfilter). Naast deze 'menselijke' bronnen en fijn stof van natuurlijke oorsprong ontstaat fijn stof door (foto)chemische reacties in de lucht zelf. Naast stikstofoxiden speelt ozon daarbij ook een rol (“zomer smog”). Voor buitenstedelijk gebied geldt een iets andere verdeling van de bronbijdragen. In onderstaande figuur is deze voor fijn stof grafisch weergegeven. figuur 1 Bronbijdragen aan de fijnstofconcentraties in buitenstedelijke gebieden (Milieu- en Natuurplanbureau, 'Fijn stof nader bekeken', 2005)

Rechtspraak bij dit artikel