Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.5

Bestuursrechtelijke sanctiemiddelen in relatie tot Drank- en Horecawet

Onderdeel van Integraal Handhavingsbeleid Zeeuws-Vlaanderen

Om er voor te zorgen dat overtredingen ongedaan worden gemaakt kan het nodig zijn om gebruik te maken van de handhavende bevoegdheden. In eerste instantie gebeurt dat preventief door overtredingen te signaleren; de overtreder wordt gevraagd de overtredingen binnen een begunstigingstermijn ongedaan te maken. Het gaat daarbij voornamelijk om de bestuursrechtelijke bevoegdheden en daarnaast bestaat het instrument van de strafrechtelijke maatregel. De bestuursrechtelijke maatregel richt zich vooral op het herstel van een situatie, dus op het wegnemen van de illegaliteit, de overlast, het gevaar. De strafrechtelijke maatregel houdt in dat wordt gestraft, veelal door het opleggen van een boete. Naast de handhavende maatregel kennen we ook het instrument 'gedogen', waarbij een overtreding tijdelijk wordt geaccepteerd. Hieronder worden de verschillende bestuursrechtelijke maatregelen genoemd, zoals die bij het handhaven van de voorschriften uit de Drank- en Horecawet (DHW), kunnen worden toegepast. last onder dwangsom Een dwangsom (artikel 5:31d ev. Awb) wordt gebruikt tegen overtredingen die niet tot acuut gevaar leiden. De gevolgen van die overtredingen leiden niet tot onherstelbare schade. Uitgangspunt is dat de dwangsom in redelijke verhouding moet staan tot de zwaarte van de overtreding en de beoogde werking van de dwangsom; last onder bestuursdwang De last onder bestuursdwang is een instrument waarmee door het feitelijk ingrijpen de overtreding wordt beëindigd (in principe op kosten van de overtreder). Hieronder valt ook het sluiten en verzegelen van gebouwen en terreinen. Spoedeisende bestuursdwang wordt toegepast als er sprake is van een acuut dreigende situatie. bestuurlijke boete De DHW bevat al sinds jaar en dag regels gericht op verantwoorde distributie van alcoholhoudende dranken. Zowel in het belang van preventie van alcoholproblematiek en van sociale hygiëne als in het belang van openbare orde en veiligheid. Maatschappelijke ontwikkelingen dwingt de overheid tot een effectievere handhaving van de regels van de DHW. Daartoe is het instrument van de bestuurlijke boete geïntroduceerd. De belangrijkste overwegingen om gebruik te maken van het instrument bestuurlijke boete zijn: bij overtredingen van de DHW, die geen direct gevaar opleveren voor de gezondheid en de veiligheid, vormt de bestuurlijke boete een aanvullend punitief sanctiemiddel; deze sanctie kan snel en slagvaardig worden toegepast in de bestuursrechtelijke handhavingpraktijk; het strafrecht is soms een te zwaar middel voor de begane overtredingen; de overtreder wordt direct geconfronteerd met de voor hem onaangename gevolgen van de overtreding; dit draagt bij aan de bewustwording van normovertredend gedrag; de strafrechtelijke handhavingpraktijk laat zien dat er veel tijd verstrijkt tussen het moment van constatering van de overtreding en het moment van de afdoening door een vonnis van de economische politierechter; van lik-op-stuk beleid komt zo weinig terecht. In beginsel wordt steeds gehandhaafd door het opleggen van bestuurlijke boetes. In uitzonderlijke gevallen wordt gehandhaafd door toepassing van de Wet op de economische delicten (WED). Wanneer de overtreding een direct gevaar voor de gezondheid of veiligheid van de mens tot gevolg heeft zal er behoefte kunnen zijn om de zaak voor te leggen aan het OM om via de WED af te doen. Dit is ook het geval wanneer het door de wetsovertreder genoten economisch voordeel groter is dan de bestuurlijke boete. Om die reden voorziet de WED in een breder arsenaal aan sancties, zoals hogere maxima voor boetes en de mogelijkheid tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. (tijdelijke) sluiting van de inrichting ingevolge de APV, de DHW en artikel 174 Gemeentewet. Tot een (tijdelijke) sluiting kan worden overgegaan bij verstoring van de openbare orde, aantasting woon- en leefklimaat en dergelijke. ontzeggen van de toegang tot een ruimte De bevoegdheid bestaat er om personen de toegang tot ruimtes te ontzeggen waar in strijd met de DHW alcoholhoudende drank wordt verstrekt. intrekking van de Drank- en Horecawetvergunning Bij overtreding van de voorschriften die aan een vergunning zijn verbonden kan de vergunning worden ingetrokken. In artikel 31 DHW worden de intrekkinggronden opgesomd. In het eerste lid staan de imperatieve (verplichte) intrekkinggronden vermeld. Doet zich één van de intrekkinggronden voor zoals genoemd in het eerste lid, dan moet de vergunning worden ingetrokken. Doen zich intrekkinggronden voor zoals genoemd in het tweede lid, dan kan de vergunning worden ingetrokken. beperken sluitingstijd of tijdelijke sluiting Ingevolge artikel 2:30 APV kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer horecabedrijven tijdelijk andere geldende sluitingstijden worden vastgesteld of tijdelijk sluiting worden bevolen. schorsen van de Drank- en Horecavergunning De drank- en horecavergunning kan tijdelijk worden geschorst. Het is weliswaar mogelijk op diverse gronden de vergunning van een ondernemer in te trekken, maar de ervaring heeft geleerd dat dit in concrete situaties een te drastisch middel werd gevonden, waardoor het niet vaak werd gebruikt. Daarom is het in de nieuwe wet mogelijk om de verleende vergunning voor een bepaalde periode te schorsen. Deze mogelijkheid geldt alleen wanneer de intrekking van de vergunning facultatief is. De schorsing van een drank- en horecavergunning mag te hoogste twaalf weken duren. Tijdens de schorsing verleent de burgemeester de vergunninghouder geen nieuwe vergunning op grond van artikel 3 DHW. tijdelijk stilleggen van de alcoholverkoop in de detailhandel (three strikes out) (artikel 19a DHW) Three strikes out is een nieuwe sanctiemogelijkheid in de DHW. Deze sanctie houdt in dat de verkoop van alcohol in een supermarkt kan worden verboden wanneer deze supermarkt voor de derde maal in één jaar een overtreding van artikel 20, eerste lid DHW begaat (het niet vaststellen van de leeftijd bij de verkoop van alcoholhoudende drank). Het recht om alcohol te verkopen kan voor minimaal één week tot maximaal 12 weken worden ontnomen. Deze sanctie kan door middel van bestuursdwang geëffectueerd worden. 4.5.1 Horecastappenplan Onderdeel van de sanctiestrategie is het horecastappenplan. Door middel van dit stappenplan wordt, na de bekendmaking hiervan, op een eenduidige wijze gehandhaafd ten aanzien van de DHW-vergunningen. Om dit stappenplan goed te communiceren worden o.a. alle horecavergunninghouders en slijterijbedrijven in kennis gesteld van dit stappenplan. Bij wijzigingen van het stappenplan wordt deze wijziging direct aan betrokkenen meegedeeld. Daarmee zijn zij op de hoogte van de gevolgen bij overtreding van de regels. Als er een overtreding wordt begaan dan kan het geen verrassing meer zijn wat de opgelegde sanctie is. Er is een aantal uitzonderingen/toelichtingen op het horecastappenplan: indien de individuele situatie daarom vraagt, kan de burgemeester te allen tijde gemotiveerd afwijken van dit stappenplan; als een vergunninghouder zijn onderneming tussentijds overdraagt aan een ander, nadat er al een stap uit het stappenplan is toegepast, begint de nieuwe ondernemer met een 'schone lei'. Deze regel is echter niet van toepassing als de ondernemingsvorm wijzigt en één van de ondernemers nog steeds betrokken is bij de zaak; De strategie deelt overtredingen grofweg op in 3 categorieën, met elk hun eigen aanpak. De categorieën zijn, van zwaar naar licht: Categorie 0: (spoedeisend): bij categorie 0-overtredingen gaat het om urgente, ernstige zaken die direct dienen te worden beëindigd. Er is sprake van acuut gevaar voor de volksgezondheid en/of de openbare orde en veiligheid is in het geding. Er is snelheid vereist om tot beëindiging van de overtreding te komen; Categorie 1: categorie 1-overtredingen zijn ernstige overtredingen maar er is geen sprake van een acute (gevaar)situatie. Een overtreding kan ook als categorie 1 worden aangemerkt als er verzwarende omstandigheden met betrekking tot de overtreder aan de orde zijn; Categorie 2: categorie 2-overtredingen zijn de overige overtredingen. Deze overtredingen zijn van minder belangrijke aard, bijvoorbeeld administratieve vereisten, signaleringen en gedragingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel