Als een inwoner een aanvraag doet voor vervanging van een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel, dan zal de gemeente altijd eerst laten onderzoeken of het oude hulpmiddel niet afgeschreven is. Gangbare afschrijvingstermijnen zijn:
Sportrolstoelen en –hulpmiddelen 3 jaar
Vervoersmiddelen 7 jaar
Roerende woonvoorzieningen 7 jaar
Onroerende woonvoorzieningen 10 jaar
Autoaanpassingen 10 jaar
Zie voor afschrijving en afschrijvingstermijnen ook paragraaf 7.2.8.
Als de gemeente een pgb verstrekt, dan wordt het pgb berekend op basis van de gangbare afschrijvingstermijn. De gemeente verwacht van de inwoner dat hij met het pgb een hulpmiddel koopt dat de hele afschrijvingstermijn meegaat of meerdere hulpmiddelen die samen de hele afschrijvingstermijn meegaan.
De gemeente kan besluiten om de reparatie van een hulpmiddel in rekening bij de inwoner te brengen als er sprake is van onzorgvuldig gebruik of misbruik. In een dergelijk geval wordt de inwoner van dit voornemen in kennis gesteld en krijgt hij de gelegenheid om het eigen verhaal te doen.
De gemeente heeft alleen zorgplicht voor voorzieningen binnen Nederland. Voor het meenemen van voorzieningen naar het buitenland is de gebruiker zelf verantwoordelijk.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.6